Hygiënisch vogels bijvoeren: 6 tips
In dit artikel:
Nu de vogelgriep wereldwijd rondgaat, krijgen Vogelbescherming en andere organisaties veel vragen over tuinvogels voeren. Er zijn nog geen bevestigde gevallen bij tuinvogels in Nederland, maar het is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd. Wie vogels wil helpen deze koude maanden, doet dat het liefst in een gevarieerde, groene tuin en met extra aandacht voor hygiëne om ziekteverspreiding te voorkomen.
Belangrijke aandachtspunten en praktische tips
- Plaats voerhuisjes zó dat vogels niet met hoge snelheid tegen ruiten vliegen: hang ze of dichter bij het raam of verder weg dan 10 meter (vermijd de risicozone van circa 5–10 meter).
- Voer geen watervogels (zoals wilde eenden) als je tuin aan water grenst; juist zij worden veelvuldig door vogelgriep getroffen.
- Herken zieke vogels: bol zitten, suf gedrag, weinig schuwheid en vaak een vervuild snaveltje. Zie je zieke of dode vogels, stop dan twee weken met bijvoeren om bijeenkomsten op voerplaatsen te vermijden.
- Laat zieke vogels met rust; de dierenambulance pakt ze niet altijd op vanwege besmettingsrisico. Meld meerdere zieke of dode waarnemingen aan het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) zodat ziekten beter in kaart worden gebracht.
- Voorkom muizen en ratten: ruim 's nachts voer op, bewaar voorraad in metalen bakken en gebruik een opvangschaal onder silo’s zodat er minder korrels op de grond vallen.
Als je een vogelvriendelijke tuin hebt en zorgvuldig handelt (hygiëne, juiste voerkeuze zoals biologisch zaadmengsel of vetbollen), kun je veilig genieten van de vogels zonder hun gezondheid onnodig in gevaar te brengen.