Huwelijksquotiënt kost begroting jaarlijks 320 miljoen euro: "Veel stemmen gaan op om systeem te herbekijken"

maandag, 30 maart 2026 (18:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) waarschuwt dat het huwelijksquotiënt — de fiscale mogelijkheid om inkomen tussen gehuwde of wettelijk samenwonende partners te verdelen — jaarlijks ongeveer 320 miljoen euro kost en een rem zet op werkende participatie van een deel van de inactieve bevolking in België. Uit een UGent-enquête onder inactieven (mensen in werkleeftijd die niet werken en niet actief zoeken, zoals langdurig zieken of thuisblijvende ouders) meldde ongeveer 15% dat het financieel weinig oplevert om te gaan werken; het quotiënt is één van de verklaringen daarvoor.

Het systeem verlaagt gezamenlijk de belastingdruk wanneer één partner veel minder verdient, een regeling die historisch paste bij het kostwinnersmodel maar volgens Baert minder aansluit bij hedendaagse gezinsvormen. De regering-De Wever plant aanpassingen maar kiest voor een gefaseerde halvering en geen volledige afschaffing; gepensioneerden blijven buiten de hervorming. De Hoge Raad voor Financiën berekende enkele jaren terug een kostenplaatje van 253 miljoen euro; gecorrigeerd voor inflatie komt Baert uit op ongeveer 320 miljoen euro per jaar.

Baert stelt dat dat bedrag anders kan worden ingezet: bijvoorbeeld om werkende mensen in armoede te ondersteunen of om het gevoel van ongelijkheid tussen singles en koppels te verkleinen. De Raad berekende ook dat afschaffing het aandeel vrouwen op de arbeidsmarkt met ongeveer 1,6 procentpunt zou kunnen verhogen — een ogenschijnlijk klein cijfer dat in absolute termen om veel mensen gaat.

Baert erkent dat het debat gevoelig ligt omdat sommige gezinnen het quotiënt gebruiken om zorgtaken te verdelen. Hij pleit daarom voor alternatieven die arbeidsparticipatie stimuleren, zoals beleid dat deeltijds werken aantrekkelijker maakt (zoals in Nederland en Scandinavische landen), zodat twee partners minstens deeltijds actief zouden zijn. Volgens hem draait het niet om schuldgevoelens opleggen, maar om het verbreden van keuzemogelijkheden zodat werken aantrekkelijker wordt en de welvaartsstaat houdbaarder.