Huurprijzen stijgen sterker dan koopprijzen: bijna de helft van woningen in vrije sector boven de 2000 euro per maand
In dit artikel:
Analyse door Pararius en Huurwoningen.nl toont dat huurprijzen in de vrije sector in het eerste kwartaal van 2026 duidelijk harder opliepen dan koopprijzen. Nieuwe huurders betaalden gemiddeld €21,12 per m², een stijging van 7,3% ten opzichte van een jaar eerder (van €19,68). De koopprijzen namen in dezelfde periode met 5,1% toe; de inflatie bedroeg 2,1%.
Het aanbod verschuift fors naar hogere segmenten. Inmiddels heeft 42% van de beschikbare vrije sector-huurwoningen een maandhuur boven €2.000, tegen 36,5% een jaar eerder. Tegelijk krimpt het totale huuraanbod: in Q1 2026 kwamen 12.947 woningen nieuw beschikbaar, terwijl 14.816 werden afgemeld — een nettoverlies van 1.869 woningen op de markt. Dat is ruim vier keer groter dan het nettoverlies in Q1 2025.
Beleids- en fiscale veranderingen spelen een rol bij die krimp: hogere belastingen voor verhuurders, de wet die middenhuur plafonneert en het verbod op tijdelijke contracten leiden ertoe dat veel verhuurders panden verkopen zodra een huurder vertrekt. De zogeheten uitponding (verkoop van huurwoningen als koopwoning) vlakte in Q1 2026 iets af: 5,5% van de koopadvertenties betroffen eerder huurwoningen, tegen 7,6% een jaar eerder, maar het niveau blijft ruim boven het pre-2023-gemiddelde van circa 2,5%.
De concurrentie om overgebleven woningen verschuift naar bepaalde prijsklassen. Pararius rekent het segment van de maximale middenhuurgrens (€1.228,07) tot €1.500 als het goedkoopste vrije sector-segment; dat segment bevat 21,4% van het aanbod maar trekt 34,5% van de reacties. De categorie €1.500–€2.000 is nu het zwaartepunt: 36,6% van het aanbod ontvangt 41,8% van de reacties. Omdat betaalbare opties krimpen, dwalen woningzoekenden door naar duurdere segmenten.
Gemiddeld kreeg een vrije sector-aanbieding in Q1 2026 25 reacties, een daling van 46% ten opzichte van het jaar ervoor (46 reacties) en het laagste niveau sinds Q2 2021. Die afname betekent niet automatisch minder concurrentie: de vraag concentreert zich op een kleiner deel van het aanbod, waardoor de druk in de betaalbare segmenten hoog blijft.
Ten opzichte van 2021 zijn huurprijzen opgelopen met 34,9%, koopprijzen met 43,7% en de inflatie met 24,8%. Conclusie: de vrije sector raakt steeds meer onbereikbaar voor middengroepen doordat het aanbod slinkt en het resterende aanbod naar hogere huurklassen verschuift, gedreven door fiscale en beleidsmatige prikkels voor verhuurders om uit de markt te stappen.