Hulp dichterbij voor jeugd - maar gaan kinderen en ouders er iets van merken?

dinsdag, 2 juni 2026 (07:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Drenthe leggen de gemeenten hun regiovisie gespecialiseerd jeugdhulp 2026–2030 voor, met als ambitie om minder gebruik te maken van dure, specialistische trajecten en meer hulp direct bij gezinnen te organiseren. De aanleiding is bekend: lange wachttijden, stijgende kosten en een versnipperd zorglandschap sinds de decentralisatie van 2015, gecombineerd met schrijnende incidenten zoals de mishandeling van een zesjarig meisje in Stadskanaal. Gemeenten willen problemen eerder oppakken via scholen, huisartsen en wijkteams, en zo uithuisplaatsingen en doorverwijzingen naar zware zorg terugdringen.

De analyse in de visie is herkenbaar en breed gedeeld: het systeem loopt vast en vraagt meer samenhang. Ook wordt gekeken naar voorbeelden als Veendam, waar bundeling van zorgaanbieders en scherpere regie eerder is geprobeerd. Drenthe kiest bewust voor hulp “zo dichtbij mogelijk” en stelt dat het systeem zich aan het kind moet aanpassen in plaats van andersom.

Bij de uitvoering ontstaan echter veel vragen. De regiovisie blijft op cruciale punten vaag: er ontbreken concrete afspraken over hoe scholen, huisartsen en lokale teams precies samenwerken, wie welke verantwoordelijkheid draagt en hoe taken in de praktijk worden geborgd. Eveneens onduidelijk is welke interventies als “ineffectief” worden bestempeld en wanneer zij worden afgebouwd. Ook voor het terugdringen van wachttijden ontbreken harde normen, deadlines of meetbare streefwaarden; het blijft bij monitoring en overleg.

Opvallend is dat de visie systemische knelpunten benoemt, maar geen expliciete analyse geeft van de problemen binnen jeugdbeschermingsorganisaties zelf. Jeugdbescherming Noord, die in Drenthe en Groningen veel casussen beheert, staat onder verscherpt toezicht en kreeg opnieuw kritiek van rechters over onvoldoende bescherming en gebrekkige uitvoering. Dat soort concrete tekortkomingen raken in de regiovisie verscholen achter algemene termen als “samenwerking” en “regie”.

De gekozen koers laat veel ruimte voor lokale invulling: gemeenten, aanbieders en professionals moeten gezamenlijk bepalen wat werkt. Dat schept flexibiliteit, maar maakt uitvoering ook kwetsbaar en afhankelijk van lokale daadkracht. Of ouders en kinderen daadwerkelijk sneller en betere hulp krijgen, hangt straks af van de uitwerking in de aanstaande uitvoeringsagenda’s en de politieke besluiten van de gemeenteraadsleden. Zonder scherpere keuzes en concrete uitvoeringsplannen blijft het onzeker of de visie leidt tot de noodzakelijke verbetering.