Huishoudens met doorsnee-inkomen komen gemiddeld ruim 100.000 euro tekort voor een koopwoning
In dit artikel:
Het Centraal Planbureau (CPB) waarschuwt in een dinsdag gepubliceerde woningmarktmonitor dat koopwoningen voor huishoudens met gemiddelde inkomens steeds onbereikbaarder zijn. Wie minder dan ongeveer 96.000 euro per jaar verdient, heeft volgens het CPB nauwelijks kans op een koopwoning; het mediaaninkomen ligt in 2026 op circa 48.000 euro. Voor een huishouden met dat inkomen ontbreekt gemiddeld meer dan een ton om een huis te financieren, waardoor kopers vaak aangewezen zijn op overwaarde, spaargeld of geld van familie.
Sinds 2015 is het aandeel koopwoningen betaalbaar voor het doorsnee‑gezin gedaald van 61% naar 21% in 2024; in de vier grote steden is nog maar 18% bereikbaar. Voor eenpersoonshuishoudens met een modaal inkomen is de situatie nijpend: gemiddeld is slechts 2% van de koopwoningen haalbaar, waardoor kopen zonder hulp of eigen vermogen vrijwel onmogelijk is. Tegelijk neemt het aantal kopers met financieel behulpzame ouders toe: schenkingen, familiehypotheken of investeringen in opleiding geven kinderen een marktonderscheid.
De monitor is opgesteld op verzoek van de ministeries van Volkshuisvesting en Financiën en zal jaarlijks verschijnen; de uitkomsten gebruiken toezichthouders en beleidsmakers bij het vaststellen van wettelijke leennormen. De Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank adviseren niet om die normen te verruimen — dat zou de huizenprijzen verder opstuwen en woonlasten verhogen — maar willen ze ook niet verscherpen, omdat dat koopwoningen nog verder ontoegankelijk zou maken.
CPB, AFM en DNB wijzen op beleid als oplossing: meer woningaanbod door meer te bouwen en splitsen makkelijker te maken, en het afbouwen van fiscale prikkels die prijzen opdrijven, zoals hypotheekrenteaftrek en een laag eigenwoningforfait. Volgens het CPB zijn zulke structurele ingrepen nodig om de kloof tussen vraag en aanbod en tussen prijzen en leencapaciteit te dichten.