Huidige stikstofaanpak onvoldoende om wettelijke stikstofdoelen te halen
In dit artikel:
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), samen met Wageningen University en het RIVM, concludeert in een woensdag gepubliceerd rapport dat de huidige maatregelen waarschijnlijk onvoldoende zijn om de wettelijke stikstofdoelen te halen. De wet vereist dat in 2030 in de helft van de kwetsbare natuurgebieden de stikstofnormen niet worden overschreden; de onderzoekers verwachten dat in werkelijkheid slechts ongeveer een derde van de natuur dan aan die norm voldoet. Het streefdoel voor 2035 — dat driekwart van de gebieden binnen de norm moet vallen — lijkt eveneens ver buiten bereik.
De totale uitstoot daalt wel, grotendeels als gevolg van opkoopregelingen waarbij boeren stoppen. Belangrijke effecten van andere beleidsinstrumenten, zoals verplaatsingssteun of subsidies voor verduurzaming, konden de onderzoekers nog niet kwantificeren. Het PBL waarschuwt ook dat beleid te weinig aandacht heeft voor andere drukfactoren op natuur, zoals ophoping van mest in de bodem en te weinig water in bepaalde gebieden; effectief natuurherstel vraagt om samenhangende aanpakken.
Economisch gezien zijn de landelijke gevolgen beperkt — landbouw en daaraan verbonden bedrijven dragen relatief weinig toegevoegde waarde — maar op lokaal niveau kunnen de effecten groot zijn als veel bedrijven in een regio verdwijnen. Volgens het rapport is ongeveer de helft van de stikstofdepositie afkomstig van de landbouw, zo’n derde komt uit het buitenland, verkeer veroorzaakt circa 12% en de industrie ongeveer 2%.
De nieuwe doorrekening lijkt op een vergelijkbare analyse van twee jaar geleden; de wet schrijft voor beleid aan te passen als maatregelen tekortschieten, maar sinds 2022 zijn de plannen in de praktijk weinig gewijzigd. Ter context: stikstofverbindingen (zoals ammoniak en stikstofoxiden) verergeren verzuring en eutrofiëring, wat biodiversiteit en ecosystemen in kwetsbare natuurgebieden schaadt.