Hugo de Jonge werd het boegbeeld van het coronabeleid en daarmee ook de nationale kop van Jut
In dit artikel:
De parlementaire enquêtecommissie Corona hoort vrijdag voor het eerst oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, op een moment dat de kritiek op het Nederlandse coronabeleid opnieuw scherp onder de loep wordt genomen. De Jonge was vanaf maart 2020, na het uitvallen van Bruno Bruins, samen met premier Mark Rutte hét gezicht van de aanpak van de pandemie en kreeg daar als “coronaminister” zowel politieke druk als zware persoonlijke bedreigingen voor terug.
De kern van het verhoor zal draaien om zijn manier van werken: sterk centraal sturen in een zorgstelsel dat juist versnipperd is, veel publiekelijke beloftes doen en daarbij geregeld moeten improviseren. Dat leverde volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid een risicovolle strategie op. Vooral de vaccinatiecampagne wordt als voorbeeld genoemd van hoe ambities en praktijk uiteenliepen. De Jonge vertrouwde lang op een huisartsenmodel voor de prikken, maar toen Pfizer eerder beschikbaar bleek en diepe koeling nodig had, moesten de GGD’s halsoverkop grootschalige locaties optuigen. Daardoor begon Nederland op 6 januari 2021 als laatste EU-land met vaccineren en liep de start ook achter op het advies om eerst kwetsbare verpleeghuisbewoners te beschermen.
Daarbovenop volgden omstreden keuzes, zoals het tijdelijk stopzetten van AstraZeneca voor zestigminners en de campagne “Dansen met Janssen”, die jongeren moest verleiden tot vaccineren maar later als mislukking werd gezien omdat het virus zich alsnog snel verspreidde. De Jonge heeft die kritiek altijd weersproken en wijst op de uitzonderlijke omstandigheden van toen: schaarste, onzekerheid, tijdsdruk en hoge verwachtingen. Vrijdag moet blijken of hij in de enquête een meer reflecterende toon aanslaat of vooral vasthoudt aan zijn eerdere verdediging.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen tegen Estavana Polman: 'Net als Hélène Hendriks spat jij van het scherm af!'