How to fight back against Gen-Z socialism

vrijdag, 5 juni 2026 (20:41) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Een nieuwe linkse stroming krijgt momentum: jongere socialisten en hernieuwde radicaal-linkse politici pleiten voor strikte prijsregulering, forse vermogensbelastingen en uitgebreide nationalisaties. Aangejaagd door verontwaardiging over Gaza en door zorgen over inflatie, woonkosten en de impact van AI, winnen figuren als Zack Polanski (leider van de Britse Groenen volgens het artikel), Zohran Mamdani (burgemeester van New York) en de onverminderde Jean-Luc Mélenchon snel aan aanhang, vooral onder twintigers en Generation Z. Ook in Canada trad Avi Lewis aan als leider van de New Democratic Party en stelt het nieuwe linkse denken dat “we genoeg kunnen hebben” als samenleving.

De stroming, door het artikel aangeduid als “Gen‑Z socialism”, verschilt van klassieke socialistische idealen. Het draait minder om collectieve utopieën en meer om onmiddellijke, persoonlijke zekerheid: lagere prijzen via prijsplafonds, gratis of sterk gesubsidieerde publieke diensten gefinancierd door hogere belastingen op superrijken, en meer staatstoezicht op essentiële sectoren zoals huisvesting en supermarktprijzen. Klimaat- en identiteitsvragen zijn naar de achtergrond verschoven, behalve waar het conflict in Gaza hen politiciseert.

De kritiek van het stuk is tweeledig. Ten eerste erkent het dat de door Gen‑Z socialisten benoemde problemen reëel zijn: hoge inflatie, ontoegankelijke huurprijzen in stedelijke gebieden en dreigende ontwrichting door AI. Ten tweede betoogt het dat hun voorgestelde remedies economisch contraproductief zijn. Rentebeleid dat prijzen kunstmatig drukt zou volgens de analyse bouwprikkels wegnemen en tekorten verergeren; hoge vermogensheffingen zouden innovatie en investeringen ontmoedigen; en uitgebreide staatinterventie kan leiden tot langdurige lage groei — de krant ziet parallellen met Europese reguleringsproblemen en met de langdurige economische stagnatie van door staatsmacht gedomineerde landen zoals het post‑Peronistische Argentinië.

Een ander waarschuwingspunt is dat deze ideeën steeds meer in het politieke midden binnendringen. Centristische partijen passen hun retoriek of beleid aan uit vrees stemmenverlies, waardoor maatregelen die aanvankelijk marginale voorstellen waren, beleidsagenda’s kunnen beïnvloeden zonder dat hun aanhangers altijd winnen.

Als antwoord roept het artikel vrije‑marktliberalen op om feller en concreter het nut van markten en ondernemerschap te verdedigen, zonder weg te wuiven dat globalisering en markten ook verliezers creëren. Praktische beleidsvoorstellen voor centra zijn: grootschaliger aanbod van betaalbare huisvesting en infrastructuur, ontlasten van de jongere generaties van buitensporige pensioenlasten, bredere erf- en vermogensheffingen om meritocratie te bevorderen, en creatieve antwoorden op AI‑ontwrichting (combinaties van belastingen, verspreide kapitaalparticipatie en gerichte steun aan werknemers).

De conclusie van het artikel is optimistisch over de mogelijkheid dat liberaal beleid kan terugvechten: er is nog tijd om de opbrengsten van welvaart en technische vooruitgang breed te delen en zo het populistische en staatsgerichte antwoord van de Gen‑Z linkse stroming te weerstaan.