Hou toch eens op met trots zijn op 'onze sporters' en 'onze kinderen'
In dit artikel:
Een 63-jarige lezer uit Dalfsen ergert zich deze week aan mensen die steeds roepen dat ze ‘trots’ zijn—ook als ze daar zelf niets aan hebben bijgedragen. Hij noemt het opschepperig en vindt dat veel lof eigenlijk voortkomt uit geluk, genen en omstandigheden, niet uit persoonlijke verdienste. Politici die juichen bij sportsuccessen, fans en bekende Nederlanders die zich een deel van een landskampioenschap toe-eigenen, en ouders die continu “zooooo trots op hun kind” benadrukken, ziet hij als voorbeelden van het claimen van andermans glorie.
Zelf zegt hij vader te zijn maar nooit trots op zijn kinderen; hij is liever blij voor hen zonder het succes naar zich toe te trekken. Als reden noemt hij ook zijn overtuiging dat echte vrije wil ontbreekt—mensen handelen geautomatiseerd, dus trots is volgens hem niet op zijn plaats. De brief sluit af met de vraag aan lezers of trots afgeschaft moet worden.
Kortom: de schrijver hekelt wat hij ziet als pronkgedrag en pleit voor oprechte blijdschap in plaats van het opeisen van andermans verdiensten.