Hoorzittingen begonnen in genocidezaak tegen Myanmar in Den Haag
In dit artikel:
Hoorzittingen bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag zijn begonnen in een zaak waarin Myanmar wordt beschuldigd van genocide op de Rohingya, de islamitische minderheid uit deelstaat Rakhine. De aanklacht richt zich op een grootschalige militaire operatie die volgens de Rohingya neerkwam op etnische zuivering; de Myanmarese autoriteiten zeggen dat ze strijdgroepen hebben bestreden.
Gambia diende ruim zes jaar geleden de zaak in op grond van het VN-genocideverdrag van 1948; intussen hebben elf andere landen zich aangesloten, waaronder Nederland. De VN concludeerde in 2018 dat er ‘genocidale handelingen’ plaatsvonden: dorpen werden verwoest, mensen verkracht of gedood en circa 700.000 Rohingya vluchtten naar Bangladesh, waar velen nog in kampen verblijven.
Het ICJ gaf in een tussenuitspraak (2020) al onmiddellijke beschermingsmaatregelen voor de Rohingya, maar mensenrechtenorganisaties melden dat misdaden daarna doorgingen en dat de situatie na de militaire staatsgreep van 2021 verslechterde. Terugkeer van vluchtelingen is onzeker: een gewapend conflict laaide op en de Arakan Army beheerst grote delen van Rakhine en gebruikt ook geweld tegen Rohingya. Wanneer het hof een einduitspraak doet is onduidelijk; een veroordeling kan precedentwerking hebben voor toekomstige genociezaken, zoals de door Zuid-Afrika aangespannen zaak tegen Israël.