Hoop houden bij postcovid: 'We weten al zoveel meer, het zou me verbazen als we niet een stap verder komen'
In dit artikel:
Zes jaar nadat de eerste Nederlandse onderzoekers postcovid gingen bestuderen, is er nog geen behandeling die de ziekte geneest. Toch verwacht internist-infectioloog en hoogleraar Michele van Vugt dat het onderzoek de komende jaren belangrijke stappen kan zetten. Eind deze maand komen wetenschappers in Amsterdam bijeen voor een internationaal congres over postacute infectieziekten, waaronder postcovid en ME/CVS. Van Vugt is een van de voorzitters.
Van Vugt leidt sinds eind 2024 een van de zes Nederlandse expertisecentra voor postcovid. In het Amsterdam UMC zijn inmiddels ongeveer vierhonderd patiënten onderzocht. Onderzoek van haar team liet zien dat mitochondriën, de structuren die energie produceren in spiercellen, bij patiënten minder goed functioneren. Dat kan verklaren waarom zij na geringe inspanning extreem uitgeput raken.
Volgens Van Vugt verbetert een deel van de patiënten langzaam, ook al zijn zij bij hun eerste bezoek gemiddeld al drieënhalf jaar ziek. Vooral het denkvermogen kan vooruitgaan en periodes van zware uitputting kunnen korter worden. De belangrijkste aanpak waarvoor nu wetenschappelijk bewijs bestaat, is het zorgvuldig verdelen van de beschikbare energie. Daarnaast reageren sommige patiënten mogelijk op medicijnen of andere behandelingen die in de centra worden onderzocht. Een samenhangende beoordeling van hun klachten en het serieus nemen van hun ervaringen helpen volgens haar eveneens.
De zwaarst getroffen patiënten, die aan huis gebonden zijn en nauwelijks prikkels verdragen, kunnen meestal niet naar een expertisecentrum komen. Met nieuwe subsidie moet daarom worden onderzocht hoe zij thuis geholpen kunnen worden. Van Vugt benadrukt dat volledige inactiviteit waarschijnlijk niet helpt, maar dat bewegen bij deze groep alleen zeer voorzichtig, stapsgewijs en onder begeleiding kan worden opgebouwd.
Haar werkhypothese is dat het immuunsysteem bij sommige patiënten veel sterker reageert op het virus dan normaal. Daardoor kunnen processen ontstaan die enzymen, bloedvaten en mitochondriën verstoren, met gevolgen voor meerdere organen. Onderzoekers testen daarom middelen die de energieproductie in cellen kunnen verbeteren. Ook wordt gekeken naar andere aangrijpingspunten, zoals het enzym IDO-2, antistoffen uit patiëntbloed en mogelijk behandelingen die ontstekingen remmen. Een onderzoek naar het effect van afslankmedicijnen met ontstekingsremmende eigenschappen wordt voorbereid. Van Vugt wil daarnaast de mogelijke invloed van hoogtetraining onderzoeken.
De expertisecentra krijgen kritiek omdat zij slechts een klein deel van alle patiënten kunnen zien. Van Vugt wijst erop dat de zes academische ziekenhuizen ziektepatronen, een biobank en overeenkomsten tussen postcovid en ME/CVS in kaart hebben gebracht. Die kennis moet beter beschikbaar komen voor huisartsen en andere ziekenhuizen, zodat patiënten niet steeds opnieuw hun klachten hoeven uit te leggen.
Onderzoek wordt bemoeilijkt doordat postcovid waarschijnlijk uit verschillende subgroepen bestaat en er geen diagnostische test is. Zo heeft slechts een deel van de patiënten afweerstoffen tegen het eigen lichaam. Daardoor zijn onderzoeksgroepen vaak klein en blijven harde uitspraken over effectieve behandelingen voorlopig moeilijk. De centra kregen onlangs financiering voor nog één jaar, maar Van Vugt pleit voor minstens drie extra jaren. Volgens haar neemt ook de belangstelling van farmaceutische bedrijven toe.
De Oranjezomer: Rob Geus niet rouwig om einde van gratis broodjes kaas bij KLM: 'Mooiste bericht van de dag!'