Hoogleraar fileert linkse intolerantie op universiteiten: 'Rechts denken is bijna onmogelijk geworden'

dinsdag, 2 juni 2026 (15:12) - NieuwRechts.nl

In dit artikel:

Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden, stelt dat Nederlandse universiteiten hun kernfunctie — het faciliteren van hoogwaardig, pluriform debat — grotendeels zijn kwijtgeraakt. In een gesprek met NieuwRechts beschrijft hij een academische cultuur waarin een sterke sociale druk naar links studenten en docenten hiertoe brengt standpunten te verbergen of niet te ventileren. Die druk ziet hij niet als incidenteel maar als een wijdverbreid patroon dat gevolgen heeft buiten de campus: politici, bestuurders, journalisten en rechters groeien op in hetzelfde eendimensionale klimaat, waardoor het hele publieke debat verschraalt.

Kinneging baseert zijn zorg op decennia ervaring: hij studeerde eind jaren 70 en 80, werkte bij de liberale TeldersStichting en keerde terug naar de universiteit. Waar vroeger diverse stromingen naast elkaar bestonden en studenten konden vergelijken en scherp denken, heeft volgens hem een generatiewisseling plaatsgevonden waarbij vertrekkende niet-linkse hoogleraren vervangen werden door links georiënteerde collega’s. Hij noemt dit verlies van academische openheid en wijst op historische voorbeelden van wederzijds respect tussen tegenstanders als iets wat nu ontbreekt.

Hij somt thema’s op waar het volgens hem moeilijk is afwijkende meningen te uiten: de aanpak van corona, migratie, klimaatbeleid, de regenboogvlag, abortus, euthanasie, de markteconomie en kritiek op overheidshandelen. Studenten zouden uit angst voor negatieve oordelen van docenten, medestudenten of online publieke vernedering zwijgen; die zelfcensuur ondermijnt volgens Kinneging de vorming van onafhankelijke denkers. Sociale media maken reputaties permanent en vergroten de prijs van een afwijkende opinie, ook voor latere sollicitaties.

Als oorzaken wijst hij zowel op een diepgewortelde overtuiging binnen links dat men moreel superieur is, als op institutionele keuzes: voorkeuren bij aanstellingen en uitnodigingen bevestigen de eenvormigheid. Hij onderscheidt hier traditioneel links-liberale opvattingen, die nog ruimte laten voor tegenspraak, van radicalere socialistische tendensen die kritisch naar andersdenkenden zouden zijn. De historische verzuiling van Nederland (socialistisch, liberaal, christelijk) noemde hij ooit stabiliserend; die balans verviel volgens hem door secularisatie, geopolitieke veranderingen en culturele opschuivingen, met een dominant sociaalliberaal midden als gevolg — politici van uiteenlopende signatuur noemt hij daar voorbeelden van.

Kinneging waarschuwt tevens de rechterzijde: een toekomstige meerderheid moet meer bieden dan afrekening met links; zij moet concrete theoretische en beleidskundige alternatieven formuleren. Hij hekelt het gebrek aan elementaire economische kennis in veel academische gremia, wat leidt tot beleidsadviezen die marktdynamiek en prikkels negeren — zijn voorbeeld: veel woningbeleid zou het probleem verergeren door extra regels in plaats van het verhuur- en bouwproces economisch aantrekkelijker te maken.

Ook de media krijgen kritiek: volgens Kinneging nodigen kranten en omroepen zelden vertegenwoordigers van andere visies uit, waardoor onderwerpen zoals de oorlog in Oekraïne vaak eendimensionaal worden besproken. Hij spreekt over uitsluiting en “cancelcultuur”, en noemt enkele publieke intellectuelen die volgens hem uit het reguliere debat zijn verdwenen.

Desondanks pleit Kinneging niet voor vertrek uit Nederland maar voor verzet en herstel van instituties: universiteiten moeten opnieuw plekken worden waar botsende opvattingen samenkomen, studenten moeten weer durven spreken, en politici moeten ideeën achter beleid expliciet maken. Zijn kernboodschap is dat vrijheid en samenleving niet vanzelfsprekend blijven; ze vragen theorie, debat en inzet om te bewaren.