Hoogleraar: beroep Gideon van Meijeren op recht op verzet is niet alleen begrijpelijk, maar past ook volledig binnen de traditie

donderdag, 5 februari 2026 (12:13) - NineForNews.nl

In dit artikel:

Hoogleraar Andreas Kinneging las tijdens de verdediging van Gideon van Meijeren, die terechtstaat voor opruiing, een principieel pleidooi voor het bestaansrecht van verzet tegen de staat. Hij betoogt dat dat recht geen modern, radicaal verzinsel is maar een doorlopende pijler in de politieke traditie: vrijwel alle klassieke staatsdenkers erkennen het, al kent het duidelijke gradaties en voorwaarden. Eerst moet altijd het woord komen — kritiek, debat en overtuiging zijn primaire middelen; als dat faalt is passief verzet (burgerlijke ongehoorzaamheid) verdedigbaar; pas daarna volgen actieve vormen zoals demonstraties of bezettingen, en geweld is uitsluitend een laatste redmiddel.

De kernvraag is volgens Kinneging niet de vorm van verzet, maar wanneer het moreel gerechtvaardigd is: doorgaans bij machtsmisbruik. Soms is dat evident, zoals bij de massamoord op Nederlandse Joden in de Tweede Wereldoorlog, waar zelfs gewelddadig verzet volgens hem moreel vereist kon zijn; vaker blijft de grens tussen legitiem en misbruik echter onduidelijk. Hij weerlegt het veelgehoorde tegenargument dat een moderne democratische rechtsstaat machtsmisbruik zou uitsluiten: die veronderstelling geldt alleen als de instituties daadwerkelijk werken zoals bedoeld.

In de Nederlandse praktijk, aldus Kinneging, functioneert de klassieke trias politica niet meer zoals vroeger; door meerderheidsregeringen en strikte fractiediscipline is het parlement verzwakt en controle op de uitvoerende macht beperkt — wat sommigen een “duas politica” noemen. Evenzo bieden periodieke verkiezingen geen absolute garantie tegen een tirannie van de meerderheid, die zich zowel in parlementaire meerderheidspraktijken als in bredere maatschappelijke uitsluiting kan manifesteren. Omdat tirannie historisch gezien de belangrijkste rechtvaardiging voor verzet is, vormt dit volgens Kinneging een actueel en reëel risico.

Gezien dit kader acht hij Van Meijerens beroep op het recht op verzet begrijpelijk en in lijn met de klassieke staatsrechtelijke en filosofische traditie: verzet is geen overbodig concept, maar een noodzakelijke correctie wanneer de democratische rechtsstaat tekortschiet.