Honger, isolement en onderdrukking: na 5 jaar Taliban staat Afghanistan er bar slecht voor
In dit artikel:
Afghanistan markeert vijf jaar Talibanbewind, maar van een feeststemming is weinig sprake. Hoewel het aantal aanslagen sinds de machtsovername in augustus 2021 sterk is gedaald en delen van het land daardoor stabieler zijn geworden, kampt de bevolking met honger, economische krimp, natuurrampen en oplopende spanningen met Pakistan. Ongeveer een derde van de Afghanen leeft volgens het artikel in voedselonzekerheid.
Die relatieve veiligheid heeft een hoge prijs. De Taliban hebben publieke lijfstraffen en executies opnieuw ingevoerd en beperken de bewegingsvrijheid en andere rechten. Meisjes en vrouwen zijn uitgesloten van onderwijs, werk en een groot deel van het openbare leven. Ook lopen vrouwen die zich buiten de opgelegde regels begeven het risico op arrestatie, mishandeling of seksueel misbruik. Volgens volksgezondheidsdeskundige Hedwig Deconinck kunnen buitenlandse vrouwen en groepen vrouwen zich in steden wel veiliger verplaatsen dan vroeger, maar blijven alleen reizende Afghanen en vrouwen zonder mannelijke begeleider kwetsbaar. Op het platteland is het verzet tegen onderwijs voor vrouwen bovendien vaak kleiner dan in de steden.
Tegen het regime bestaat zowel gewapend als burgerlijk verzet. Het Nationaal Verzetsfront (NRF), dat na het vertrek van de NAVO in de Panjshir de strijd voortzette, verloor volgens zijn politieke leider Abdullah Khenjani meer dan duizend strijders. Aanhangers werden gearresteerd en de bevolking van Panjshir zou collectief zijn gestraft. Het NRF voert nog kleinschalige aanvallen uit en probeert vanuit het buitenland steun te krijgen voor een democratischer Afghanistan. Daarnaast organiseren meisjes clandestiene lessen, kiezen sommige mannen bewust voor verboden kleding of kapsels en vinden sporadisch straatprotesten plaats. De Taliban ontkennen dat zij tijdens een protest in Herat in juni demonstranten hebben doodgeschoten.
De humanitaire en economische druk neemt verder toe doordat in drie jaar tijd ongeveer zes miljoen Afghanen, vooral uit Pakistan en Iran, gedwongen terugkeerden. Er zijn te weinig woningen en banen voor hen. Volgens het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP), geleid door voormalig premier Alexander De Croo, is de economie sinds de machtsovername met 26 procent gekrompen. De organisatie verstrekt onder meer microkredieten aan ondernemers, ook vrouwen, en helpt voormalige papaverboeren overstappen op legale landbouw. De Croo pleit voor meer westerse investeringen in landbouw en industrie, omdat Afghanistan anders verder verarmt en meer mensen richting Europa kunnen vertrekken.
Westerse hulp ligt politiek gevoelig na de chaotische NAVO-terugtrekking en oorlogsmisdaden door sommige buitenlandse troepen. Toch stelt de UNDP steun afhankelijk van meer aandacht voor mensenrechten, vrouwenrechten en politieke vrijheid. De Croo denkt dat delen van de Talibanleiding daarvoor openstaan, maar Khenjani betwijfelt dat. Volgens hem is het vermeende verschil tussen het relatief gematigde Kaboel en het conservatieve Kandahar vooral een bewuste ‘good cop’-strategie; de machtselite in Kandahar zou het beleid blijven bepalen.
Khenjani waarschuwt bovendien dat Afghanistan een toevluchtsoord blijft voor jihadistische en regionale extremistische groepen. De Taliban ontkennen dat. De Croo vreest, net als Khenjani, dat verdere isolatie radicalisering, nieuwe aanslagen en massamigratie kan aanjagen. Daarom moet het Westen Afghanistan volgens hem niet loslaten, maar steun combineren met druk op het regime om structurele veranderingen af te dwingen.
Vandaag Inside: Johan Derksen tegen Hans Klok: 'Een rare vraag misschien, maar...'