Hongarije klaagt kritische journalist aan voor spionage: 'Deed pijnlijke onthullingen'
In dit artikel:
Op 6 maart publiceerde onderzoeksjournalist Panyi dat de Russische regering adviseurs naar Hongarije had gestuurd om premier Viktor Orbán te helpen bij de aanstaande parlementsverkiezingen van 12 april. Deze week maakte hij vervolgens het transcript bekend van een opgenomen telefoongesprek tussen de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó en zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov, volgens Panyi verkregen via de veiligheidsdienst van een EU-lidstaat. Panyi stelt dat Szijjártó vertrouwelijke informatie uit EU-vergaderingen zou hebben gedeeld met Rusland.
De Hongaarse regering beschuldigt Panyi nu van spionage: volgens justitie zou hij in samenwerking met een buitenlandse staat tegen Hongarije hebben gespioneerd. Pro-Orbán media publiceerden geluidsopnamen waarin Panyi zegt het telefoonnummer van Szijjártó te hebben gedeeld met een buitenlandse veiligheidsdienst; Panyi bevestigt dat zijn stem op de opname te horen is, maar ontkent spionage en zegt dat hij diensten heeft geraadpleegd om zijn onderzoek te verifiëren. Hij benadrukt dat hij sinds 2023 onderzoekt of de contacten tussen Szijjártó en Russische functionarissen wettelijk toelaatbaar zijn.
De zaak wordt breed opgevat als onderdeel van een campagne om een kritische onderzoeksjournalist te intimideren: het OCCRP noemt de aantijgingen lasterachtig en bedoeld om Panyi’s onthullingen te ondermijnen, precies nu Orbáns positie in de peilingen verzwakt. The Washington Post rapporteerde eveneens dat Russische inlichtingendiensten plannen zouden hebben gemaakt om de Hongaarse verkiezingen te beïnvloeden, mogelijk zelfs door een in scène gezette aanslag op Orbán te gebruiken. De Europese Commissie noemt de berichtgeving “zeer zorgwekkend”; Poolse premier Tusk zegt dat er al langer vermoedens waren van geheime informatie-uitwisseling, waardoor Hongarije bij sommige EU-overleggen is buitengesloten.
Met nog iets meer dan twee weken tot 12 april staat Orbán in peilingen onder zijn pro-Europese rivaal Peter Magyar (ongeveer 30% tegenover 46%), en zowel binnen- als buitenlandse kritieken — onder meer van de Nederlandse minister Rob Jetten — benadrukken de politieke en juridische risico’s rond deze onthullingen.