Slechte peilingen voor Hongaarse premier Orbán, zoekt confrontatie met Oekraïne
In dit artikel:
Over zes weken, op 12 april, gaan Hongaren naar de stembus. Premier Viktor Orbán, aan de macht sinds 2010, ziet zijn machtsbasis wankelen: recente peilingen tonen Fidesz rond de 39% en een samengestelde pro-Europese oppositie onder leiding van Peter Magyar op ongeveer 48% (soms met een nog groter verschil). Onder druk van tegenvallende economische groei probeert Orbán het narratief te kantelen door de oorlog in Oekraïne centraal te stellen in zijn campagne.
Orbán en zijn partij voeren een campagne waarin ze de bedreiging van verdere betrokkenheid bij het conflict benadrukken. In heel Hongarije hangen billboards en verspreiden door de regering gesteunde influencers boodschappen dat een stem op Magyar gelijkstaat aan een stem voor oorlog. Analisten noemen dit een klassieke angstmobilisatie: "Orbán moet iets doen om het verhaal te veranderen", zegt Peter Kreko van het Boedapestse Political Capital Institute.
De directe aanleiding voor het huidige conflictpunt is schade aan de Russische Droezjba-oliepijpleiding na een Russische drone-aanval op 27 januari in westelijk Oekraïne. Die pijpleiding — die Rusland met Hongarije en Slowakije verbindt — maakte het mogelijk dat beide landen jarenlang Russische olie konden blijven inkopen. Orbán beschuldigt Oekraïne ervan de doorvoer te blokkeren of te vertragen en vraagt om Hongaars-Slowaakse inspecteurs om de schade op te nemen; Oekraïne wijst dat af uit veiligheidsoverwegingen en benadrukt dat herstel tijd kost. De EU dringt aan op snelle herstart; intussen kunnen Hongarije en Slowakije tijdelijk olie via Kroatië importeren.
Politiek gebruikt Orbán de pijpleiding als drukmiddel richting Brussel: vorige week blokkeerde Hongarije mede daardoor een EU-lening van 90 miljard euro aan Oekraïne. Orbán verklaarde dat Hongarije zich niet laat chanteren zolang de pijpleiding dichtblijft. De situatie werpt een schaduw over Europese eensgezindheid rond steun aan Kyiv en laat zien hoe energievoorziening als geopolitiek instrument kan dienen.
Tegelijk is de oppositieleider Peter Magyar geen uitgesproken pro-Ukrainse stem — hij wil geen wapenleveranties of vredesmissies, maar wel herstel van de relatie met de EU — wat de politieke scheidslijnen in Hongarije complexer maakt. Analisten waarschuwen dat het stoken van angst rond Oekraïne en migratie onderdeel is van Fidesz-strategie om kiezers te mobiliseren, terwijl de kwestie van de pijpleiding en de EU-steun aan Oekraïne ook vergaande gevolgen kan hebben voor de Europese politiek buiten Hongarije.