Hongaarse premier Orbán ligt achter in de peilingen, maar race is nog lang niet gelopen
In dit artikel:
Amper een maand voor de Hongaarse parlementsverkiezingen leidt Péter Magyar van de Tisza-partij in de peilingen, maar zijn voorsprong zegt niet alles over wie uiteindelijk wint. Premier Viktor Orbán en Fidesz liggen volgens de enquêtes achter, maar die meten vooral de 93 nationale lijstzetels en missen de cruciale 106 districtszetels die per kiesdistrict volgens het-winnaar-neemt-alles-principe gaan — een systeem dat Orbán zelf na 2010 in zijn voordeel aanpaste.
Gisteren mobiliseerde Orbán duizenden aanhangers bij het parlementsgebouw in Boedapest tijdens de nationale feestdag voor wat hij een 'vredesmars' noemde. Zijn campagne draait volledig om buitenlandse dreigingen: tegen 'Brussel' en tegen Oekraïne, dat hij zelfs als een militaire bedreiging portretteert. Volgens Fidesz is alleen een overtuigende verkiezingswinst de garantie voor stabiliteit en vrede.
Op korte afstand vulde het Heldenplein zich met aanhangers van Magyar. Zijn campagne legt de nadruk op binnenlandse zorgen: de slechte economische situatie, dalende koopkracht en de noodzaak van verandering na 16 jaar Orbán. Magyar waarschuwt ook dat Hongarije te geïsoleerd is geraakt binnen Europa.
Analisten benadrukken dat peilingen kwetsbaar zijn door het kiesstelsel. Orbán scoort traditioneel sterk in plattelandsdistricten, terwijl de oppositie het beter doet in steden — en nationale enquêtes vangen die districtsuitslagen slecht. Demografische verschuivingen, zoals jonge mensen die van dorpen naar steden trekken, compliceren het plaatje verder en kunnen Magyar het stemmen in landelijke gebieden doen missen.
Zelfs bij een peilingsoverwinning voor Magyar blijft onzekerheid bestaan over hoe Orbán zou reageren. Critici wijzen erop dat hij de rechterlijke macht heeft hervormd en veel media en economische elite in zijn invloedssfeer heeft, waardoor een acceptatie van een nederlaag niet vanzelfsprekend is; een juridisch of politiek verzet tegen de uitslag wordt niet uitgesloten.
Als Magyar toch zou winnen, wacht hem een zware taak. De economie staat onder druk, belangrijke instituties blijven pro-Orbán en zonder een twee-derde meerderheid is grondwetsherziening — noodzakelijk om diepere hervormingen door te voeren — onwaarschijnlijk. Bovendien is Magyar geen radicale breuk met het verleden: hij is nationalistisch en tegen opvang van vluchtelingen, en groeide politiek deels binnen het Fidesz-circuit.
Kortom: peilingen geven momenteel een voorsprong aan Magyar, maar het ondoorzichtige kiesstelsel, Orbáns institutionele macht en politieke realiteit maken de uitkomst in de praktijk onvoorspelbaar.