Hongaarse kerken moeten hun politieke veren afschudden

donderdag, 28 mei 2026 (09:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De verrassende verkiezingsnederlaag van Viktor Orbáns Fidesz en de grote overwinning van de centrumrechtse partij Tisza van ex-Fidesz-er Péter Magyar (ongeveer 54% van de stemmen; tweederdemeerderheid van 141 van 199 zetels) zet in Hongarije niet alleen de partijpolitieke verhoudingen op zijn kop, maar werpt ook een fel licht op de nauwe banden tussen de staat en de grote kerken sinds Orbáns terugkeer in 2010.

Sinds 2011 kreeg een geselecteerde groep erkende religieuze gemeenschappen — aanvankelijk teruggebracht tot veertien “historische” kerken — enorme staatssteun. Die steun omvatte directe financiering voor kerkbouw, predikantensalarissen en tal van door kerken gerunde sociale diensten zoals scholen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen. Het budget voor kerkgerelateerd onderwijs nam sterk toe: het aantal door kerken bestuurde scholen verdubbelde en kreeg per leerling gemiddeld verhoudingsgewijs veel meer geld dan het openbaar onderwijs. Predikanten kregen bovendien belastingvoordelen. Deze financiële afhankelijkheid heeft volgens waarnemers de kritische marge van kerkleiders tegenover de regering aanzienlijk verkleind.

Een specifiek knelpunt is de Gereformeerde Kerk, waartoe Orbán behoort. Zij leverde tussen 2012 en 2018 een prominente politicus, predikant Zoltán Balog, die een omvangrijk ministerie leidde en later terugkeerde in hoge kerkelijke functies. Een schandaal rond een koninklijke gratie in april 2023 — waarbij Balog, de toenmalige president Katalin Novák en ex-minister Judit Varga betrokken waren — onthulde de persoonlijke en institutionele verwevenheid tussen kerkelijke leiders en Fidesz-politici en beschadigde het aanzien van de gevestigde kerken verder.

In de campagne voorafgaand aan de verkiezingen hielden veel grote kerken zich op de vlakte. Orbán zelf focuste minder expliciet op het christelijk-culturele narratief en meer op geopolitieke dreigingen, terwijl sommige religieuze figuren openlijk politieke evenementen steunden: een bisschop verscheen bijvoorbeeld bij Orbáns jaarlijkse toespraak en zegende een CPAC-bijeenkomst waar een videoboodschap van Donald Trump werd getoond.

Péter Magyars Tisza profileert zich anders: de partij wil overleg met kerkelijke instanties over de mogelijke vrijwillige teruggave van sommige instellingen die na 2010 zijn overgedragen en belooft voortzetting van steun aan religieuze organisaties, maar op transparante en objectieve gronden en zonder politieke bemoeienis van kerkleiders. Veel Hongaren eisen nu dat de kerken rekenschap geven en zich losmaken van hun politieke verstrengeling, zodat ze weer hun oorspronkelijke religieuze missie kunnen vervullen. De precieze invulling van de nieuwe verhouding tussen staat en kerk zal afhangen van het beleid van de komende regering.