Honderdduizenden Spanjaarden de straat op uit onvrede over aanpak crisis Ceuta
In dit artikel:
Honderdduizenden Spanjaarden hebben in meer dan tweehonderd steden gedemonstreerd vanwege de aanhoudende migratiecrisis in de exclave Ceuta. De protesten waren bedoeld als steun aan de inwoners, maar richtten zich vooral tegen de linkse regering van premier Pedro Sánchez. Demonstranten verwijten haar dat zij de situatie onvoldoende onder controle krijgt en riepen om het vertrek van de premier.
In Ceuta verblijven, ruim een maand na de bestorming van de grenshekken, nog altijd duizenden migranten op straat. Bewoners melden gevoelens van onveiligheid, agressie, opstootjes en seksueel geweld. In Madrid liepen volgens de regering 50.000 mensen mee, terwijl het door de rechts-conservatieve Partido Popular bestuurde stadsbestuur 150.000 deelnemers meldde. Oppositieleider Alberto Núñez Feijóo beschuldigde Sánchez van verraad aan Ceuta.
Rond het parlement zette de politie traangas en rubberkogels in om extreemrechtse groepen uiteen te drijven. In Sevilla en Málaga demonstreerden volgens Spaanse media zeker 40.000 mensen; ook in andere Zuid-Spaanse steden waren grote opkomsten. Linkse partijen, vakbonden en maatschappelijke organisaties hielden tegendemonstraties tegen racisme en vreemdelingenhaat.
Eind juli staken ruim 70.000 migranten vanuit Marokko de grens over, waarbij minstens 90 mensen omkwamen. De regering zegt dat de crisis politiek wordt uitgebuit. Deze week keurde zij een hulppakket van 309 miljoen euro goed voor migratieopvang en steun aan de inwoners van Ceuta; ook is hulp gevraagd aan Frontex.
Vandaag Inside: Gaan Raymond Mens en Thomas van Groningen commentaar geven bij het Eurovisie Songfestival?