Honderdduizenden jaren lang was houtrook de geur van warmte en licht, van koken en van samenzijn met anderen
In dit artikel:
De geur van gerookte zalm roept bij auteur Hiske Versprille een intense jeugdherinnering op: als achtjarige raakte ze betoverd door de combinatie van vuur, vet, vis en spek. Die ervaring staat symbool voor de dubbelzinnige aantrekkingskracht van rook. Vuur kan levensgevaarlijk zijn en verwoestingen veroorzaken, maar mensen leerden het ongeveer een half miljoen jaar geleden beheersen. Volgens de hypothese van Harvard-antropoloog Richard Wrangham maakte het koken van voedsel de menselijke evolutie mede mogelijk: verhit eten is makkelijker te kauwen en te verteren en levert meer energie, wat ruimte schiep voor een groter brein.
Houtrook werd daardoor eeuwenlang verbonden met warmte, licht, koken, samenzijn en thuis. De verbranding van cellulose, hemicellulose en lignine produceert uiteenlopende aroma’s met onder meer vanilleachtige, kruidige en karamelachtige tonen. In vochtige gebieden zoals Nederland was roken bovendien belangrijk om vlees en vis te conserveren. Rook remt bacteriën, schimmels en oxidatie; zwaar gerookte haring kon vroeger maandenlang zonder koeling worden bewaard. Tegenwoordig wordt voedsel meestal slechts kort gerookt voor de smaak, terwijl men de schadelijke gevolgen van verbrandingsrook voor gezondheid en milieu juist probeert terug te dringen.
Rook speelt ook een rol in de natuur. Stoffen die na brand ontstaan, zogenoemde karrikinen, kunnen de kieming van sommige zaden stimuleren. Planten die jarenlang in de bodem rusten, beginnen na het waarnemen van rook te groeien. Nu vuur en houtrook uit het dagelijks leven verdwijnen, kan hun geur mensen des te sterker herinneren aan gevaar, geborgenheid en hun evolutionaire verleden.
Vandaag Inside: Dave Maasland zucht na opmerking Jesse Klaver: ‘Dit is echt een hele slechte vergelijking!’