Honderd jaar geleden al zag Virginia Woolf de eindeloze mogelijkheden van cinema. Een vooruitziende blik, blijkt nu

woensdag, 12 augustus 2026 (17:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

Honderd jaar na de publicatie blijft Virginia Woolfs essay The Cinema opvallend relevant. Filmrecensent Kevin Toma beschouwt de tekst uit 1926 als een van de scherpste vroege beschouwingen over het wezen en de mogelijkheden van cinema. Woolf schreef haar essay in een periode waarin film nog een jonge kunstvorm was: geluid, kleur, breedbeeld en digitale technieken moesten hun intrede nog doen.

Aanleiding voor Toma’s herlezing is een herkenbare, maar moeilijk te bespreken kijkervaring. Tijdens een film kan het besef opkomen dat de beelden blijven bestaan nadat zowel de makers als de kijker verdwenen zijn. Woolf beschreef een vergelijkbare gewaarwording toen ze bioscoopjournaals zag over onder meer koning George V, een jacht en een paardenrace. De filmbeelden brachten haar naar een werkelijkheid die onafhankelijk van de toeschouwer bestaat. Ze tonen iets dat echt lijkt, maar tegelijk onbereikbaar en abstract is; de schoonheid ervan blijft bestaan, ook wanneer niemand ernaar kijkt.

The Cinema is geen strak betoog, maar een associatieve zoektocht naar wat film onderscheidt van literatuur, schilderkunst en andere kunsten. Woolf verwachtte dat cinema uiteindelijk droomachtige werelden, onmogelijke bewegingen en extreme contrasten zichtbaar zou maken. Haar ideeën sluiten daardoor aan bij hedendaagse films met digitale effecten, computergegenereerde omgevingen en voortdurend bewegende camera’s. Ze stelde bovendien de vraag of film een verborgen beeldtaal kan ontwikkelen voor gevoelens die met woorden moeilijk uit te drukken zijn.

Woolf bezocht veel films en stond open voor uiteenlopende genres en tradities, van Chaplin en Tarzan tot Franse avant-garde, Russische propaganda en Hollywoodproducties. Volgens literatuurhistorici beïnvloedden filmische technieken ook haar romans. Ritme, montage, wisselende perspectieven en het tempo van het moderne stadsleven zijn bijvoorbeeld herkenbaar in haar proza. In Mrs. Dalloway probeert een lange, beweeglijke passage over Londen het alledaagse leven bijna als een filmfragment te vangen.

Het meest vernieuwende deel van The Cinema ontstond bij Woolfs bespreking van Robert Wienes expressionistische horrorfilm Das Cabinet des Dr. Caligari uit 1920. Tijdens de vertoning verscheen door een storing of beschadiging een bewegende, kikkervisachtige schaduw op het scherm. Woolf begreep dat dit geen bewust gekozen onderdeel van de film was, maar juist het toevallige beeld bracht haar op een belangrijk inzicht: een vorm of beweging kan een emotie soms directer overbrengen dan taal. Woede hoeft bijvoorbeeld niet alleen via gezichten, gebaren of gesproken woorden te worden verbeeld; ook een kronkelende lijn of een onrustige beweging kan die betekenis krijgen.

Voor Toma laat dit voorbeeld zien dat filmische vernieuwing niet uitsluitend uit technische beheersing voortkomt. Fouten, storingen en onverwachte afwijkingen kunnen nieuwe uitdrukkingsmiddelen opleveren, zolang filmmakers ze niet meteen wegwerken. Dat principe is nog zichtbaar in digitale beeldcultuur. Streamingproblemen die beelden in pixelvlekken veranderen, zijn inmiddels bewust als stijlmiddel ingezet in experimentele films en speelfilms. Ook datamoshing, waarbij beeldinformatie in elkaar overloopt, maakt van een technische glitch een onderdeel van de vorm.

Toma verbindt Woolfs kikkervisje daarnaast aan hedendaagse voorbeelden. In Lucrecia Martels documentaire Our Land krijgt een droneshot boven Argentijns berggebied een abrupte wending wanneer een vogel de drone raakt. Het beeld verandert in een draaiende chaos voordat de camera neerstort. Die mislukte opname voegt volgens Toma een nieuw perspectief toe aan de film over kolonialisme en landverdeling: niet alleen de mens, maar mogelijk ook dieren of het landschap zelf lijken aan het woord.

Zo blijft Woolfs veronderstelde ‘geheime taal’ van beelden actueel, ook nu filmmakers werken met digitale fouten en door kunstmatige intelligentie gegenereerde vervormingen. Wat de cinema in de toekomst precies zal worden, valt volgens haar niet vooraf vast te leggen. De aanwijzingen zijn te vinden in onverwachte combinaties van kleur, geluid en beweging. Haar belangrijkste kijkadvies is daarom eenvoudig: wie nieuwe mogelijkheden van film wil ontdekken, moet niet alleen naar het scherm kijken, maar ook met open ogen de wereld in.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Astrid Holleeder reageert op overplaatsing van broer Willem naar minder strenge gevangenis