Hollandse visboer voor de rechter om weigeren van vrouw met nikab: 'Ik bepaal aan wie ik verkoop'
In dit artikel:
Een visboer uit Hoek van Holland moet zich alsnog voor de rechter verantwoorden na een incident vier jaar geleden waarbij hij weigerde een klant met nikab te bedienen. De vrouw wilde kibbeling kopen, droeg een zwarte nikab en maakte beeldopnamen van het voorval. Op die beelden is te horen dat de visboer zegt dat hij geen klanten helpt van wie hij het gezicht niet ziet en dat hij bepaalt aan wie hij verkoopt.
De vrouw deed aangifte van discriminatie omdat ze vindt dat ze vanwege haar geloof ongelijk werd behandeld; voor haar is het dragen van een nikab een religieuze uiting. Het Openbaar Ministerie besloot aanvankelijk niet te vervolgen: volgens de officier was er onvoldoende bewijs en zou de weigering zijn ingegeven door het niet-zichtbare gezicht, niet door religie. De vrouw stapte daarop naar het gerechtshof, dat nu oordeelt dat er wel voldoende aanknopingspunten zijn om de zaak te laten behandelen. Het hof wijst erop dat de camerabeelden, verklaringen en de aard van het incident onderzoek rechtvaardigen en dat de kwestie een principiƫle vraag raakt: wanneer mag een ondernemer iemand weigeren vanwege gezichtsbedekkende kleding?
De visboer heeft zich tot nu toe terughoudend opgesteld en zegt zijn verhaal te zullen doen tijdens de rechtszitting. De zaak gaat nu naar de rechtbank, die moet beslissen of er sprake was van discriminatie of van een gerechtvaardigde weigering. Context: dit dossier sluit aan bij bredere maatschappelijke en juridische discussies in Nederland over gezichtsbedekkende kleding, veiligheid en gelijke behandeling.