Hogere temperaturen, meer extremen - en dus meer schade. Wie gaat dat betalen?
In dit artikel:
De vraag wie de rekening betaalt voor klimaatschade wordt urgenter. Door hogere temperaturen en extremer weer lopen de verliezen op, terwijl het Nederlandse beleid vooral uitgaat van eigen verantwoordelijkheid. Ondernemers en particulieren moeten zich waar mogelijk verzekeren, maar juist de langdurige en grootschalige gevolgen van klimaatverandering zijn niet altijd af te dekken.
Die ontwikkeling werd al in 1973 voorzien door het Duitse verzekeringsconcern Munich Re. Het bedrijf waarschuwde toen dat de toenemende CO2-concentratie gevolgen zou hebben voor verzekerbare risico’s. Inmiddels zijn hogere temperaturen, droogte, natuurbranden, stormen en extreme neerslag zichtbaar in de schadepraktijk.
De overheid vergoedde in de vorige eeuw relatief veel weerschade. Na enkele kostbare regenrampen in de jaren negentig verschoof het beleid echter naar meer verantwoordelijkheid voor burgers en bedrijven. Ook recente kabinetsleden benadrukken dat schade door droogte voor binnenschippers en tuinders in beginsel een ondernemersrisico is.
Veel particuliere schade valt inmiddels onder verzekeringen. Dekking bestaat onder meer voor wind, hagel, bliksem, vorst, natuurbranden en extreme regen. Volgens het Verbond van Verzekeraars heeft ruim 90 procent van de huishoudens en ongeveer 75 procent van de bedrijven hiervoor een polis. Toch blijven grote risico’s buiten beeld. Een doorbraak van primaire waterkeringen kan volgens ramingen minstens 50 miljard euro schade veroorzaken en is te omvangrijk voor reguliere verzekeraars. Ook funderingsproblemen door dalend grondwater en indirecte schade door verstoringen in logistieke ketens zijn moeilijk te verzekeren.
Verzekeraars wijzen erop dat dekking alleen werkt bij risico’s die redelijk voorspelbaar zijn en over veel verzekerden kunnen worden verdeeld. Wanneer schade vaker voorkomt, groter wordt of hele regio’s tegelijk treft, stijgen premies en eigen risico’s. De geregistreerde verzekerde schade vertoont daardoor sterke pieken: stormen veroorzaken meer dan de helft van het totaal, met 2022 als uitschieter van bijna een miljard euro. Droogte komt in deze cijfers nauwelijks voor, omdat landbouwschade en veel indirecte gevolgen niet in de gebruikelijke consumenten- en autoverzekeringsgegevens zitten.
Voor boeren en tuinders bestaat sinds 2010 de Brede Weersverzekering. Die wordt in Nederland alleen aangeboden door twee coöperaties, omdat commerciële verzekeraars de risico’s en het beperkte rendement te onzeker vinden. Ongeveer 2.500 agrarische bedrijven hebben zo’n polis, circa 15 procent van het totaal. De belangstelling wordt gedrukt door het eigen risico en door onzekerheid over de overheidssubsidie voor de premie.
Het subsidiebudget bedraagt al acht jaar 17,5 miljoen euro en is niet aangepast aan inflatie of de stijgende waarde van gewassen. Hoewel boeren maximaal 67 procent tegemoetkoming wordt toegezegd, ligt de uiteindelijke bijdrage volgens de verzekeraars doorgaans onder de helft. Zij pleiten voor verhoging, mede omdat boeren in Frankrijk en Italië meer steun krijgen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bevestigt dat het budget gelijk is gebleven; een verhoging zou een nieuw politiek besluit en extra nationale middelen vereisen.
In de bouw en horeca bleken verzekeringen tegen omzetverlies en stagnatie door extreem weer te duur of te onaantrekkelijk. Ook de glastuinbouw heeft geen gezamenlijke droogtedekking. Verzekeraars benadrukken daarom dat preventie en aanpassing aan het veranderende klimaat noodzakelijk zijn. Zonder zulke maatregelen dreigt schade onbetaalbaar te worden en wordt verzekeren voor steeds meer ondernemers onbereikbaar.
Vandaag Inside: Johan Derksen over paginagrote advertentie Joop van den Ende met kritiek op troonrede: 'Belachelijk!'