Hoger budget voor defensie? Wil je Nederland nog wel verdedigen als de VVD altijd aan de macht blijft?
In dit artikel:
De auteur hekelt de geplande coalitie, die volgens hem neerkomt op “VVD, VVD light en een reserve‑VVD”: een kabinet waarin de VVD anderen naar haar hand zet en het beleid naar rechts verschuift. Rob Jetten en Henri Bontenbal worden als voorbeeld genoemd van politici die zich, zo schrijft de auteur, bij dat VVD‑denken hebben aangesloten. Media en onderhandelaars lijken de VVD inmiddels als de onvermijdelijke norm te beschouwen, waardoor tegenwicht wegvalt.
Centraal in de kritiek staat het beleid dat sociale zekerheid en zorg verder zal uithollen om miljarden vrij te maken voor defensie. Het coalitieakkoord rekent volgens de schrijver op fors hogere defensieuitgaven — 3,5% van het nationaal inkomen — terwijl juist kwetsbare groepen de rekening krijgen: zieken en mensen met smalle inkomens moeten meer inkopen en krijgen minder vangnet. De auteur beschrijft dit als dubbel leed: wie door beleid economisch kwetsbaar wordt, kan zich minder veroorloven wanneer ziekte toeslaat.
Daarnaast wordt betwijfeld of de defensieve motivering steekhoudend is. Rusland wordt als dreiging genoemd, maar de auteur vindt het twijfelachtig of massaal extra materieel aankopen zinvol zijn tegen een land waarvan de economie verzwakt en leiderschap onduidelijk is. In plaats van klakkeloos naar een hoog percentage te gaan, pleit hij voor een Europese blik: een mogelijke herverdeling van middelen tussen nationale en gezamenlijke Europese defensie (bijvoorbeeld 2,5% nationaal en 0,5% voor gezamenlijke projecten) en meer inzet op diplomatie en ontwikkelingssamenwerking om veiligheid te versterken.
De schrijver ziet ook een gemis aan preventief volksgezondheidsbeleid. In plaats van systematisch ingrijpen tegen onderliggende oorzaken van ziekten — bewerkt voedsel, roken, vervuiling en levensstijlfactoren — kiest de staat regelmatig voor het belang van bedrijven boven dat van de volksgezondheid. Marktwerking en globalisering zorgen ervoor dat arbeidsvoorwaarden en gezondheid van werknemers onder druk staan, terwijl regeringen weinig doen om die structurele problemen aan te pakken.
Wat energie en klimaat betreft pleit de auteur voor versnelling naar hernieuwbare bronnen en het verminderen van afhankelijkheid van olie, gas en kernbrandstof uit onbetrouwbare buitenlandse bronnen; investeringen in windenergie worden gezien als verdedigbaar vanuit veiligheids‑ en onafhankelijkheidsperspectief, andersom is politieke steun voor kernenergie en het versoepelen van klimaatdoelen problematisch.
Tot slot is er een sociale en politieke aanklacht: D66 en CDA worden teleurgesteld genoemd omdat ze tijdens campagnes anders beloofden maar nu het VVD‑narratief volgen. De schrijver tekent een nostalgisch contrast met eerdere generaties waarin een arbeidersgezin op één inkomen kon rondkomen, en concludeert bitter dat het huidige beleid laat zien voor wie Nederland volgens de machthebbers eigenlijk bedoeld is — en dat gewone, hardwerkende mensen daar niet bij horen.