Hoge ziekteverzuim in zorg roept om aanpassingen in zorgsector
In dit artikel:
De gezondheidszorg kampt met een schijnbare tegenstelling: medewerkers blijven opvallend trouw aan hun vak, terwijl ziekteverzuim al jaren hoger is dan in andere sectoren en blijft stijgen. CBS-cijfers over het eerste kwartaal van 2026 laten een tienjarige opwaartse trend zien; in takken als verpleeghuis- en thuiszorg loopt het verzuim zelfs boven de 9 procent. Zowel lichamelijke als mentale overbelasting worden het vaakst genoemd als oorzaak. Tegelijk berichtte het Reformatorisch Dagblad dat zorgmedewerkers bovengemiddeld zelden van sector wisselen.
Die twee ontwikkelingen hangen juist samen. Veel zorgprofessionals zijn langdurig opgeleid en beschikken over specifieke vaardigheden, waardoor overstappen lastig is. Belangrijker nog is de intrinsieke motivatie: contact met patiënten en de betekenisvolle relatie met cliënten geven veel voldoening en binden mensen aan het werk. Maar die betrokkenheid heeft ook een keerzijde. Omdat vervanging soms ontbreekt en verantwoordelijkheidsgevoel groot is, nemen werknemers extra diensten over, slaan pauzes over en schuiven vakanties op — gedragingen die op den duur tot uitputting leiden.
Daarnaast werkt het zorgsysteem vaak anders dan de motivatie van de medewerkers: processen worden ingericht rond beheersbaarheid, registratie en schaarste, wat ruimte voor persoonsgerichte zorg en tijd voor het gesprek aan het bed beperkt. Die langdurige spanning tussen menselijke betrokkenheid en systeemlogica vergroot het risico dat betrokkenheid omslaat in burn-out en ziekteverzuim.
De twee berichten vormen daarom twee kanten van één medaille. Als de maatschappij wil dat zorgverleners betrokken blijven werken, moet er niet alleen aandacht zijn voor voldoende capaciteit, maar evenzeer voor werkomstandigheden: minder administratieve lasten, goede vervanging, rust en ruimte voor relationele zorg. Alleen dan blijft betrokkenheid een kracht in plaats van een oorzaak van uitputting. (Auteur: hoogleraar Verplegingswetenschap)