Hoge Raad geeft bij meer dan helft afwijzingen geen uitleg
In dit artikel:
In 2025 liet de Hoge Raad in 571 van de 976 zaken waarin appellanten geen gelijk kregen geen inhoudelijke motivering achterwege — dat blijkt uit cijfers van de hoogste rechter in Den Haag. Het gaat om cassatieprocedures, waarin alleen wordt beoordeeld of het recht correct is toegepast, niet wat er feitelijk is gebeurd. Volgens de wet mag de Hoge Raad een verklaring weglaten wanneer er geen “belangrijke of nieuwe juridische vragen” aan de orde zijn; de rechtbank zegt wel steeds de zaak te hebben bekeken.
Advocaten reageren kritisch. Strafpleiter Gerard Spong stelt dat vooral veroordeelden met harde straffen recht hebben op uitleg; zonder motivering weten zij niet waarom hun klacht is afgewezen. Cassatieadvocaat Sjef van Swaaij gebruikt de zaak Oad tegen Rabobank als voorbeeld: een principiële kwestie over schadevergoeding werd afgewezen zonder toelichting, iets wat volgens hem niet had mogen gebeuren. Laura van Gardingen erkent de bezwaren, maar wijst op de beperkte capaciteit van de Hoge Raad. Andere landen beperken het aantal zaken waarop de hoogste rechters zich richten door alleen belangrijke of financieel omvangrijke kwesties te selecteren; de Nederlandse praktijk is volgens haar juist breder.
Kort samengevat: cijfers tonen dat uitspraken zonder uitleg frequent voorkomen; de Hoge Raad noemt dat verdedigbaar bij ontbrekende nieuwe juridische kwesties, terwijl juristen aandringen op meer motivering om rechtsbegrip en toetsbaarheid te borgen.