Hof wijst hoger beroep over horen Covid-deskundigen af om procedurele redenen
In dit artikel:
Het Gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van een groep eisers in een zaak rond Covid-19-injecties niet-ontvankelijk verklaard. De appellanten hadden geprotesteerd tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Noord-Nederland (Leeuwarden), die hun verzoek om een voorlopig getuigenverhoor met vijf door hen aangedragen deskundigen (onder meer Mike Yeadon, Sasha Latypova, Catherine Austin Fitts, Katherine Watt en Joseph Sansone) te laten plaatsvinden, had afgewezen.
De beslissing van het hof berust op artikel 200 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: beslissingen over voorlopige bewijsverrichtingen zijn in principe niet vatbaar voor hoger beroep, tenzij de rechtbank vooraf uitdrukkelijk toestemming geeft. Die toestemming was volgens het hof niet gevraagd noch verleend, zodat het hoger beroep niet kon worden behandeld. Een uitzonderingsgrond — bijvoorbeeld een fundamentele schending van het recht op een eerlijk proces — ontbreekt volgens het hof ook.
De appellanten stelden dat de zitting bij de rechtbank niet openbaar zou zijn geweest en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Het hof verwierp deze klachten: de zitting had openbaar plaatsgevonden, beperkte fysieke toegang door zaalcapaciteit maakte dat niet ongedaan en het beperken van opnames tot geaccrediteerde pers voldeed aan de richtlijnen. Bovendien behoren beslissingen over orde en opnamemogelijkheden tijdens een zitting niet tot het bereik van het hoor- en wederhoorbeginsel.
Door de niet-ontvankelijkverklaring heeft het hof niet inhoudelijk geoordeeld over de kern van de zaak, zoals de voorgestelde deskundigen of de stelling van de appellanten dat Covid-19-injecties bijvoorbeeld als biologische wapens moeten worden gezien. Het vonnis benadrukt dat maatschappelijke gevoeligheid geen reden is om het beroepverbod te doorbreken.
De bodemprocedure bij de rechtbank Noord-Nederland blijft lopen; de mondelinge behandeling staat gepland op 22 oktober en duurt naar verwachting ongeveer vijf uur. Advocaat Peter Stassen kondigt aan dat in die procedure aanvullend bewijs zal worden ingebracht en dat de zaak als belangrijk juridisch punt zal worden voortgezet.