Hof geeft vakbonden gelijk: Temper-werkers zijn uitzendkrachten
In dit artikel:
Het gerechtshof Amsterdam heeft in een zaak van FNV en CNV tegen het platform Temper geoordeeld dat er tussen Temper en de via het platform werkende personen een uitzendovereenkomst bestaat. Daarmee draait het hof een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam (2024) om en kwalificeert het werk via Temper niet als zelfstandig ondernemerschap maar als uitzendarbeid.
Temper koppelt via zijn site zelfstandigen aan opdrachtgevers in horeca, logistiek en schoonmaak. Waar de rechtbank stelde dat Temper slechts bemiddelt — onder meer omdat opdrachtgevers het loon zouden betalen en er weinig verplichting tot persoonlijke uitvoering was — oordeelt het hof dat Temper juist nauw betrokken is bij hoe contracten, beloning en uitbetaling tot stand komen. Het platform kan daarom volgens het hof niet als louter bemiddelingssite worden gezien.
Het hof stelde ook dat Temper onrechtmatig handelde door een euro per gewerkt uur in te houden bij werkers. Nu Temper als uitzendbureau wordt aangemerkt, volgt volgens de vakbonden dat het ook achterstallige onderdelen van salaris moet betalen, zoals vakantiegeld en pensioen. Advocaat Michiel Vergouwen (voor de vakbonden) zegt: “Het staat vast dat Temper dat verschuldigd is.” Of en hoe Temper deze bedragen kan of wil voldoen, is volgens hem een andere vraag.
FNV en CNV noemen de uitspraak een klinkende overwinning en roepen mensen die via Temper hebben gewerkt op zich te melden; naar schatting gaat het om meer dan 100.000 personen in de afgelopen tien jaar. Temper zegt verrast te zijn en is het fundamenteel oneens; het bedrijf onderzoekt of het in cassatie gaat.
Achtergrond: de uitspraak past in bredere discussie over schijnzelfstandigheid en platformwerk in Nederland. Door herclassificatie krijgen werkers mogelijk toegang tot cao-rechten en sociale zekerheden, en ontstaan grote juridische en financiële gevolgen voor platforms die zelfstandigen inzetten.