Hoeveel hoon en kritiek activist Saar Boerlage (1932-2026) ook over zich heen kreeg, ze liet zich door niets of niemand van de wijs brengen

zaterdag, 21 maart 2026 (07:31) - Het Parool

In dit artikel:

Saar Boerlage, een onverzettelijke activiste en doorgewinterde lokaalpolitica, is op dinsdag 17 maart op 93‑jarige leeftijd overleden. Ze verwierf landelijke bekendheid als één van de drijvende krachten achter het verzet tegen de poging Amsterdam de Olympische Spelen van 1992 te laten organiseren, maar haar inzet reikte veel verder: decennialang combineerde ze straatprotest met bestuurlijke betrokkenheid om sociale en ruimtelijke kwesties aan te kaarten.

Opgegroeid in een socialistisch, antimilitaristisch gezin — haar vader was een doopsgezinde predikant die in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtelingen en onderduikers hielp — raakte Boerlage al jong in aktie. Op de ulo in Krommenie nam ze deel aan een staking tegen het geweld in voormalig Nederlands‑Indië; op de Universiteit van Amsterdam sloot ze zich aan bij de Werkgroep Antimilitaristische Studenten (WAS). Ze studeerde later sociale geografie en planologie en werkte tot haar pensionering als universitair docent aan de UvA.

Politiek ging ze de instituties in zonder haar kritische houding te verliezen. In 1958 hielp ze mee met de oprichting van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) en in 1966 werd ze raadslid in Amsterdam. Ondanks korte onderbrekingen keerde ze vaker terug in bestuurlijke functies: gemeenteraad, deelraad, Provinciale Staten en universiteitsraad behoorden tot haar spelvelden. Ze weigerde politieke carrière te maken omwille van carrières, en hield vast aan principes boven collegialiteit — een houding die haar geliefd maakte onder jongeren en vrouwen, maar haar ook het etiket “lastpak” opleverde.

Het jaar 1983 markeerde één van haar bekendste acties: als frontvrouw van het Komitee Olympische Spelen Nee stapte ze op tegen het door burgemeester Ed van Thijn gedragen plan om de Spelen naar Amsterdam te halen. De campagnes, waaronder een turbulente reis naar het IOC‑kantoor in Lausanne, droegen bij aan Amsterdam’s mislukte kandidatuur en maakten haar tot een symbool van verzet tegen megalomane stadsprojecten.

Boerlage bleef zich daarna onvermoeibaar verzetten tegen uiteenlopende plannen waarvan zij vond dat ze de stad of kwetsbare groepen schaadden — van verplaatsing en sloop van terreinen tot wegverbredingen en grootschalige bouwplannen. Haar grootste politieke overwinning was het door haar afgedwongen referendum dat in 2002 de verzelfstandiging van het GVB tegenhield. In 1998 keerde ze terug in de Amsterdamse raad voor GroenLinks, maar in 2001 verliet ze die partij uit onvrede over de steun aan bombardementen in Afghanistan; een jaar later richtte ze de kleinschalige Actieve Stad op.

Tot op hoge leeftijd bleef Boerlage actief voor sociale doelen, onder meer als voorzitter van Wijze Oude Wijven, een netwerk van maatschappijkritische vrouwen van 50+. Voor haar inzet ontving ze in 2011 het Ereteken van Verdienste van de gemeente Amsterdam. Persoonlijk hield ze de privé‑kant van haar leven bewust afgeschermd; ze was openlijk lesbisch en geheelonthouder.

Haar stijl was onomfloerst en vasthoudend — “Ik heb een selectief geheugen, dus ik heb altijd gelijk,” zei ze eens — en dat stond model voor een leven in protest en politiek waar principes belangrijker waren dan populariteit. Saar Boerlage gaat weg als een markante, principiële stem in Amsterdamse activistische en lokale politieke historie.