Hoera, de klimaatwetenschap zat ernaast!
In dit artikel:
De auteur bekritiseert het gebruik van “de wetenschap” als een eenduidig en onfeilbaar gezag. Wetenschap is volgens hem geen monoliet maar een dynamisch proces: bevindingen worden geverifieerd en weerlegd, en consensus kan in de loop van de tijd sterk veranderen. Historische voorbeelden (zoals ooit geaccepteerde opvattingen over de vorm van de aarde, over intellectuele verschillen tussen geslachten en zelfs wetenschappelijke steun voor racistische ideologieën) illustreren dat wat ooit als vaste wetenschap gold later kan worden verworpen.
Een centraal punt is dat moderne computermodellen—vooral in klimaat- en stikstofbeleid—de neiging hebben momentopnames en aannames vast te leggen alsof ze onomstotelijke feiten zijn. Wanneer politiek en rechtspraak besluiten nemen op basis van zulke modellen, ontstaat er volgens de auteur gevaar: wetenschappelijke onzekerheden worden gepresenteerd als definitieve bewijzen, met grote maatschappelijke en financiële consequenties tot gevolg. Hij verwijst naar een recente koerswijziging van het IPCC en betoogt dat dit juist laat zien hoe wetenschap corrigeert, maar ook hoe eerdere beleidsbeslissingen en gerechtelijke uitspraken die op die eerdere inzichten leunden, kwetsbaar zijn.
De schrijver waarschuwt dat kritiek op eerdere wetenschappelijke claims straks kan worden aangevoerd als immuniserend argument (“wetenschap is dynamisch”), waardoor er weinig politieke en juridische commotie zal ontstaan over mogelijk onjuiste beslissingen en enorme bestedingen. Hij pleit ervoor dat politiek en rechtspraak terughoudender moeten zijn in het aanspreken van ‘de wetenschap’ als definitief bewijs, en dat wetenschappers terughoudend moeten zijn met eenzijdig gefinancierd onderzoek.
Als illustratie noemt de auteur het voorstel van meer dan 75 volksvertegenwoordigers om 28 miljard euro vrij te maken voor een project dat de aarde volgens berekeningen met slechts 0,000036 graden zou afkoelen—een voorbeeld van beleid dat hij als disproportioneel en gebaseerd op schijnzekerheid ziet. Conclusie: wetenschap is een instrument, geen goddelijke autoriteit; beleidsvorming en rechtspraak moeten rekening houden met haar inherente onzekerheden en afhankelijkheid van financiering.