Hoe zit het nou eigenlijk met die beschuldigingen rond Lockheed, vroeg Willibrord Frequin brutaal aan een verontwaardigde prins Bernhard
In dit artikel:
Andere Tijden zond rond Koningsdag en Bevrijdingsdag een drieluik uit over Koninklijke Kwesties; deel twee blikt terug op de Lockheedaffaire, vijftig jaar later, met rijk archiefmateriaal en gesprekken met betrokkenen. De uitzending haalde onder meer een markant fragment op waarin verslaggever Willibrord Frequin prins Bernhard onverbloemd confronteerde en de prins schamper reageerde.
De kern: halverwege de jaren zeventig concludeerde een Amerikaanse Senaatscommissie dat vliegtuigbouwer Lockheed smeergeld gebruikte om buitenlandse orders veilig te stellen. In die context bleek dat Lockheed begin jaren zestig ruim 1 miljoen dollar had betaald aan een ‘high government official’ in Nederland om te lobbyen voor de aankoop van F‑104 Starfighters. Prins Bernhard pleitte publiek voor de toestellen en had er eentje mogen testen; de Senaatscommissie noemde het omkoping, Lockheed sprak liever van een ‘geschenk’.
Eind 1975 sijpelde het nieuws naar Nederland, maar geen krant of politicus durfde aanvankelijk naar buiten te treden — zelfs de destijds kritische VPRO aarzelde met een belastend interview. In februari 1976 trad de directeur van Lockheed voor de Senaat en werd het schandaal wereldnieuws; premier Joop den Uyl bevestigde dat Bernhard de bedoelde functionaris was. De commissie-Donner bracht daarna een kritisch rapport uit, met ingrijpende gevolgen: Bernhard legde officiële taken neer en verloor het recht uniform te dragen. Een deel van het belastende materiaal uit het Donnerrapport blijft nog tot 2050 geheim, waardoor niet alle details ooit openbaar zullen worden.