Hoe weet je of een kinderopvang veilig is? 'Een verklaring omtrent het gedrag zegt niet alles'

woensdag, 11 maart 2026 (09:02) - Het Parool

In dit artikel:

Een 66-jarige invalkracht bij kinderdagverblijf Partou wordt verdacht van misbruik van meerdere kinderen; dat nieuws heeft veel zorgen opgeroepen en roept de vraag op hoe ouders kunnen beoordelen of een opvang veilig is. Veiligheid is voor ouders het belangrijkste criterium, gevolgd door pedagogische kwaliteit. De Wet kinderopvang schrijft basisregels voor over kwaliteit, veiligheid en toezicht, onder meer minimale personeels- kindverhoudingen: bij kinderen van 0–1 jaar mag één beroepskracht maximaal drie kinderen verzorgen (bij vier kinderen zijn twee werknemers verplicht); bij 1–2 jaar is dat maximaal vijf kinderen per beroepskracht. Er bestaat een rekentool om precies te berekenen hoeveel medewerkers nodig zijn.

Na de zedenzaak rond Het Hofnarretje zijn extra maatregelen ingevoerd, zoals het vierogenprincipe (er moet altijd een tweede begeleider kunnen meekijken of meeluisteren) en continue screening van medewerkers via het Personenregister Kinderopvang (PRK). Belangenorganisatie BOinK raadt ouders aan actief vragen te stellen: vraag naar het protocol rond grensoverschrijdend gedrag en of dat inzichtelijk is, hoe het vierogenprincipe concreet wordt toegepast en hoe ouders kunnen zien wie er voor de groep staat. Dat laatste is belangrijk zodat ouders niet onverwacht met een onbekende verzorger te maken krijgen en weten of die persoon van hun kind op de hoogte is.

Een VOG (verklaring omtrent het gedrag) vormt slechts een beperkte veiligheidscontrole: het zegt vooral dat iemand niet eerder is veroordeeld, maar is geen sluitende garantie. Incidenten blijven gelukkig zeldzaam: in 2024 gingen in Nederland meer dan een miljoen kinderen naar de opvang; dat jaar registreerde de Inspectie van het Onderwijs 41 dossiers over mogelijk seksueel misbruik in de kinderopvang. Bovendien is het risico vanuit de eigen omgeving relatief hoger: de kans dat een kind wordt misbruikt door iemand die het kent is naar schatting zeven keer groter dan door een volslagen onbekende.

Amsterdam hanteert een opvallend transparant systeem sinds het grootschalige misdrijf in Het Hofnarretje: de GGD inspecteert jaarlijks alle locaties en publiceert risicoprofielen vroegtijdig via schoolwijzer.amsterdam.nl. Die profielen zijn geen kwaliteitsoordeel maar geven aan hoeveel toezicht een locatie nodig heeft: groen betekent geen reden tot zorg; geel duidt op lichte zorgen voor de nabije toekomst (bijvoorbeeld veel personeelswissel); oranje geeft zorgen over de actuele situatie en de toekomst (bijvoorbeeld personeel zonder verplichte scholing); rood wijst op ernstige zorgen, zoals ongeschikte kwalificaties of herhaalde overtredingen.

Zowel GGD als BOinK benadrukken dat veiligheidssystemen — zoals het vierogenprincipe en de voorgeschreven staff-to-child ratios — niet mogen worden losgelaten, ook niet bij personeelstekorten. Ouders wordt aangeraden alert te blijven, vragen te stellen en te controleren hoe een opvang concreet invulling geeft aan veiligheidsregels, zonder direct in paniek te raken: de meeste locaties voldoen aan de regels en incidenten zijn schaars.