Hoe veilig is een ballonvlucht eigenlijk? Twee dodelijke ongelukken in meer dan dertig jaar
In dit artikel:
Maandagavond raakte een passagier bij Veendam gebroken been bij de landing van een heteluchtballon. Dat ongeluk komt kort na een dodelijke landing in Friesland, twee weken eerder — de eerste fatale ballonincident sinds 1993. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVVL) relativeert het risico: woordvoerder Alex Jan Barends zegt dat ongelukken zeldzaam zijn en dat er naar schatting slechts twee à drie botbreuken per seizoen voorkomen. Jaarlijks maken circa 65.000 mensen een ballonvaart in Nederland; ter vergelijking vielen er vorig jaar 675 verkeersdoden, aldus het CBS.
Meestal gaat het bij ballonongelukken om verwondingen bij de landing, bijvoorbeeld als iemand ongunstig staat of al een kwetsbaarheid heeft — vergelijkbaar met blessures bij sporten als hockey of skiën. Piloten doorlopen een serieuze opleiding: voor ze passagiers mogen meenemen moeten ze tientallen solo-vaardes maken en een A-brevet halen (maximaal drie passagiers). Hogere brevetten vergen jarenlange ervaring en vergroten de passagierscapaciteit (een D-brevet kan na ongeveer acht jaar tot 32 personen toestaan).
Barends benadrukt dat de toestellen robuust zijn: een gaatje door een vogel of zelfs een schot leidt niet tot onmiddellijke neerstorting, en manden zijn zo ontworpen dat eruit vallen moeilijk is. Ballonvaren wordt daarmee gepresenteerd als relatief veilig, mits vakbekwame bemanning en keuringen.