Hoe veehandelaar Johan (99) een van de eerste antiekhandelaren op de Hogelandster klei werd. 'Mijn vrouw zei: die rommel wil ik niet in huis'

maandag, 20 oktober 2025 (11:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Johan Boerma (99) uit Uithuizen blikt in het boek Ik ben ja zelf al antiek terug op zijn leven als een van de eerste antiekhandelaren op de Hogelandster klei. Zijn zaak, Boerma’s Antiekhoeve aan de Dingeweg, vult oude koeienstallen met een bonte verzameling kasten, klokken, serviezen, lampen en allerlei curiosa — een overrompelend mozaïek van ‘oude rommel’ die elders als waardevol antiek wordt gezien.

Het bedrijf ontstond begin jaren zeventig uit een praktische behoefte: na een zware hernia wilde Boerma iets bijverdienen en weigerde hij zich te laten afkeuren. Een toevallige opmerking van zijn nicht over een oud melkmaatje, dat in de Randstad dienstdeed als bloempot, zette hem op het spoor. Hij raakte geïnteresseerd in spullen die op het platteland als afval werden gezien maar elders gewild waren. Zijn eerste handelstransactie — de verkoop van een Keulse pot — markeerde de start van zijn loopbaan als antiekhandelaar; de Kamer van Koophandel registreerde zijn onderneming in 1973 onder de naam Handel in boerenantiek en curiosa.

Vanuit zijn achtergrond als veehandelaar combineerde Boerma aanvankelijk beide beroepen, maar naarmate de antiekhandel groeide, legde hij het veewerk neer. Hij ontwikkelde zichzelf tot autodidactisch kenner, leerde door te kopen, verkopen en vooral door met klanten om te gaan. Zijn handelswijze was praktisch en eerlijk: geen poespas, duidelijkheid naar kopers en veel vertrouwen op zijn instinct en gevoel voor koopmanschap. Familie hielp actief mee — zijn vrouw Riet serveerde talloze kopjes koffie aan bezoekers en kinderen en kleinkinderen hielpen bij het uitzoeken en opruimen.

Materiaal kwam vaak uit onverwachte plekken: grofvuil, leegkomende boerderijen, kruipruimtes en zelfs opgravingen uit tuinen bij huisverkopen. Boerma vertelde over situaties waarin erfstukken half begraven werden teruggevonden, of waarin een secretaire en achttiende-eeuwse kopjes uit een watergevulde kuil opdoken. Om klanten te bereiken stond hij ook op lokale markten en festivals, waar bezoekers uit het hele land kwamen. Met name vrouwenverenigingen bleken enthousiaste kopers.

In de loop der jaren groeide de Antiekhoeve uit tot een begrip; zoon Erik nam de zaak in 2002 over. Tegenwoordig liggen er in de twee schuren en op zolders naar schatting een miljoen objecten met prijsklassen van ongeveer 1 tot 10.000 euro. Boerma verkocht spullen aan uiteenlopende opdrachtgevers: van Paleis Soestdijk tot producties als de tv-serie Hollands Hoop en modelwoningen op het Suikerterrein in Groningen. Ondanks digitale marktplaatsen, kringloopwinkels en vlooienmarkten blijft er vraag naar zijn aanbod.

Ite Wierenga (79) uit Groningen schreef Boerma’s levensverhaal op nadat hij en zijn vrouw vijftig jaar geleden als klanten een band met het gezin ontwikkelden. In het boek koppelt Wierenga persoonlijke anekdotes aan bredere tijdsbeelden: de vooroorlogse jaren, de Tweede Wereldoorlog, de politionele acties en de komst van ‘westerlingen’ naar het Groninger platteland in de jaren zeventig. Boerma’s scherpe geheugen en concrete manier van vertellen leverden materiaal op dat zowel een portret van één man als een schets van veranderende landelijke levens wijst.

Ook op negentigjarige leeftijd geniet Boerma van eenvoudige genoegens: tuinieren, de familie om zich heen en af en toe mensen ontvangen in de hoeve die nog altijd vol verrassingen staat. Het boek en de zaak laten zien hoe uit nieuwsgierigheid en handelszin een regionaal icoon in antiek is voortgekomen, geworteld in het Groningse platteland en tegelijkertijd verbonden met een bredere smaak voor nostalgie en materiaalhistorie.