Hoe trek je mensen de wereld van klassieke muziek in? Vertel verhalen, vinden deze schrijvers

vrijdag, 20 maart 2026 (21:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Drietal recent verschenen boeken wil het publiek naar klassieke muziek leiden, elk met een eigen ingang maar met gedeelde overtuiging: kennis maakt luisteren rijker. De verschijning van de weeklange “Filmmuziek Top 400” op NPO Klassiek en de jaarlijkse Top 400 voor klassieke hoogtepunten tonen dat luisteraars houvast zoeken in lijstjes en overzicht — een behoefte waarop uitgevers nu inspelen.

Wie zijn de schrijvers en wat bieden ze? Merlijn Kerkhof (muziekredacteur Volkskrant) stelde een compact en breed overzicht samen: 82 componisten, telkens met drie luistertips, waardoor zijn boek een zeer gevarieerd menu oplevert en veel onbekendere namen aan bod komen. Theo van den Bogaard kiest met Klank! voor een geschiedenisperspectief: hij verbindt muziek expliciet met politieke, maatschappelijke en culturele contexten en weet daarmee vaak verrassend actuele lijnen te leggen. Marc Daniel van Biemen, eerste violist van het Concertgebouworkest, schrijft vanuit de beroepspraktijk: hij bespreekt voor tien bekende componisten elk vijf werken, geeft favoriete uitvoeringen en verklaart waarom de ene opname beter aanspreekt dan de andere — een nuttige gids voor beginnende luisteraars die ook wil aantonen dat smaak een legitiem instrument is bij het kiezen.

Belangrijke thema’s lopen door alle titels: de poging om klassieke muziek toegankelijk te maken; het doorbreken van het idee dat het louter “elitemuziek” is; en de inzet van verhalen over componisten en historische contexten om emotionele en intellectuele verbintenis met de muziek te stimuleren. Alle drie voorzien luistertips en moderne hulpmiddelen zoals Spotify-playlists, waarmee ze inspelen op het digitale tijdperk waarin uitvoering snel vindbaar is.

De boeken hebben ook kritische kanten. De rol van vrouwen in de klassieke canon ontbreekt grotendeels, en dat leverde al kritiek op Kerkhofs keuzes. Kerkhof gebruikt graag superlatieven; dat enthousiasme werkt soms averechts omdat alles als “het beste” wordt gepresenteerd. Van den Bogaards historische bril is vaak verhelderend — bijvoorbeeld bij Verdi of bij hedendaagse, politiek beladen opera’s — maar hij valt soms terug in traditionele biografiethema’s en maakt enkele onnauwkeurigheden over religieuze praktijk (bijvoorbeeld rond calvinistische liturgie) en over de thematiek van werken als Händels Messiah. Van Biemens boek is op zijn beurt de meest klassieke instap: betrouwbaar en praktisch door de uitvoeringsvergelijkingen, maar voor gevorderde liefhebbers soms voorspelbaar.

Een terugkerend knelpunt is het omgaan met religie in de muziekgeschiedenis. De auteurs slagen er soms goed in zich in de religieuze beleving van componisten te verplaatsen, maar op andere momenten neigen ze naar oordelen of oppervlakkige reducties, waardoor het motief achter muziek die diep in geloofsbeleving geworteld is, minder goed zichtbaar wordt.

Toch is de gemeenschappelijke conclusie positief: lijstjes en toegankelijke verhalen werken als uitnodiging. Kennis blijkt een sleutel tot intensiever luisteren; door context en anekdotes wordt muziek begrijpelijker en aantrekkelijker. Dat geldt ook voor debatten over muziekonderwijs: de opmerking van Klaus Mäkelä in Van Biemens boek — laat kinderen muziek horen met veel expressie en levendigheid, niet alleen Mozart — illustreert het streven om vooroordelen te slechten en een nieuwe generatie te bereiken.

Kortom: de drie boeken vullen elkaar aan. Ze bieden uiteenlopende wegen om de klassieke traditie te betreden — historische duiding, brede verkenning of praktische gidsing — en bewijzen dat herhaaldelijk vertellen van de verhalen achter de muziek essentieel is om het publiek te blijven prikkelen.