Hoe terraswalhalla Parijs er afgelopen jaren nog eens duizenden terrassen extra bij kreeg: 'Het is een soort microkosmos van Frankrijk'

dinsdag, 9 juni 2026 (03:02) - Het Parool

In dit artikel:

Parijs heeft de afgelopen jaren een ware terrasexplosie gezien: tussen 2018 en 2023 nam het aantal terrassen met bijna 27 procent toe, tot ruim 22.800 exemplaren, blijkt uit een rapport van de lokale rekenkamer (2025). Terrassen beslaan inmiddels 2,45 procent van het trottoir (tegen 1,5 procent in 2020). Een belangrijke motor achter die groei zijn de zogenaamde terrasses estivales — de tijdelijke zomerterrassen die tijdens de coronajaren snel werden toegestaan en daarna grotendeels blijven bestaan. In 2025 kwamen daar nog eens 584 vergunningen bij, waarmee Parijs nu meer dan 4.300 van die zomerterrassen telt. Deze mogen jaarlijks van 1 april tot 31 oktober open zijn en in de zomermaanden sinds de Olympische Spelen van 2024 langer (tot 23.00 uur) blijven zitten.

De aantrekkingskracht is groot: uit een Ifop-enquête (2024) blijkt dat 96 procent van de Parijzenaars ooit op een terras zit en ruim de helft minstens wekelijks; 86 procent zegt gehecht te zijn aan de terrassen. Voor veel horecazaken zijn ze lucratief — ondernemers melden omzetstijgingen die kunnen oplopen tot 100 procent wanneer een zomerterras wordt toegevoegd. Een vergunning vraagt ongeveer twee maanden voorbereiding en werd tot nu toe vaak stilzwijgend elk jaar verlengd.

Tegelijkertijd is de groei niet onomstreden. Buurtcollectieven uit diverse arrondissementen, waaronder Réseau Vivre Paris, klaagden over toename van nachtelijk geluid en stellen dat naar schatting meer dan 150.000 Parijzenaars slaapklachten ervaren door terrasoverlast. In januari 2026 riepen die groepen burgemeesterskandidaten op om het terrasbeleid strenger te bekijken; zij wijzen ook op de dubbele erfenis van de vertrekkende burgemeester Anne Hidalgo: luchtvervuiling en verkeerslawaai zijn gedaald, maar het nachtelijke lawaai zou juist zijn toegenomen door de liberalisering van terrassen en openbare samenkomsten.

De rekenkamer bestempelt het beleid als gebrekkig: sancties worden zelden opgelegd, een boete van 65 euro werkt nauwelijks als afschrikmiddel, en vergunningen worden te gemakkelijk stilzwijgend verlengd. De aanbevolen remedies: stop met automatisch verlengen en herbeoordeel vergunningen periodiek (ongeveer elke vijf jaar). Wethouder Nicolas Bonnet-Oulaldj reageerde relatief mild en noemde het rapport “plutôt positif”; hij kondigde wel aan dat ondernemers die gesanctioneerd zijn voor overlast straks opnieuw een vergunning moeten aanvragen.

Cultureel gezien vormen terrassen in Parijs meer dan stoelen en tafels op straat; ze zijn onderdeel van la vie parisienne. Culinair historicus Patrick Rambourg duidt cafés en terrassen als sociale verlengstukken van het publieke leven: ontmoeten en gezien worden behoren tot de Parijse terraslogica. Recensent Mara Grimm merkt praktische gevolgen: veel Parijzenaars wonen klein, dus buiten afspreken is vaak geen luxe maar noodzaak. Ook het gedrag op terrassen verschilt volgens haar van dat in Amsterdam: waar Amsterdammers sneller eten en drinken ("gulziger") en informeel neerploffen, zitten Parijzenaren langer te koffiedrinken of wijn te drinken, letten ze meer op kledingetiquette en vragen ze meestal eerst de ober om toestemming voordat ze een leeg tafeltje gebruiken.

De discussie in Parijs draait daardoor om een spanningsveld tussen economische belangen, culturele waarde en woonkwaliteit. Voor horecazaken zijn terrassen goud waard; voor omwonenden vormen ze soms een bron van overlast. Tegelijk inspireert het Parijse terrasleven andere steden: Amsterdamse cafés hanteren vaker bistrostoelen en apéro-formaten die duidelijk door Parijs zijn beïnvloed. De politieke uitdaging voor Parijs blijft om die levendige terrascultuur te behouden zonder de leefbaarheid van buurten te ondermijnen.