Dure brandstof aan de pomp, vette winst Shell: dit is waarom
In dit artikel:
Shell-topman Wael Sawan presenteerde sterke kwartaalcijfers, waarna het bedrijf zowel aandeleninkopen aankondigde als het dividend verhoogde — extra voordeel voor aandeelhouders. De winststijging is vooral toe te schrijven aan prijsschommelingen op de wereldolie‑markt na de oorlog in het Midden-Oosten en de blokkade van de Straat van Hormuz, waardoor olieprijzen flink opliepen en raffinage- en handelsactiviteiten lucratiever werden.
Niet alleen Shell profiteerde: concurrenten als TotalEnergies en BP rapporteerden ook goede cijfers. Belangrijk hierbij is dat grote oliemaatschappijen niet alleen winnen en raffineren, maar ook veel handelen in olie. Door regionale en tijdelijke prijsverschillen kunnen handelsafdelingen aanzienlijke winsten boeken, aldus energie-expert Lucia van Geuns. Ook minder zichtbare handelshuizen zoals Vitol verdienen miljarden met dit soort arbitrage en investeren die opbrengsten verder in de energiesector.
Voor consumenten werkt de prijsstijging door aan de pomp: hogere olieprijzen vertalen zich in duurdere brandstof. In Frankrijk probeerde TotalEnergies de pijn te verzachten met een brandstofplafond voor automobilisten. In Nederland stappen politieke partijen PRO en D66 in op de discussie over zogenoemde overwinsten: zij willen die extra winsten afromen, bijvoorbeeld op Europees niveau — een motie over dit onderwerp kreeg een Kamermeerderheid. Tijdens de energiecrisis van 2022 werden vergelijkbare extra heffingen ingevoerd, maar energiebedrijven tekenden massaal bezwaar aan.
Tegelijk kent de situatie ook nadelen voor producenten: schade aan een grote installatie in Qatar in maart betekent voor Shell een herstelkost van ongeveer een half miljard dollar en ongeveer een jaar uit bedrijf. Bovendien waarschuwt Van Geuns dat langdurig hoge prijzen kunnen leiden tot vraagdestructie — vooral in Azië zijn al maatregelen genomen om minder olie te verbruiken — wat op langere termijn de winsten kan drukken. Voor oliebedrijven blijft een evenwichtige oliemarkt dus het meest wenselijk.
De Oranjezomer: Theo Janssen en Nicky van der Gijp in discussie: ‘Ik ben het daar niet mee eens!’