Hoe ruimhartig wordt schade-afhandeling aardbeving Geelbroek? 'Een lastige discussie'

vrijdag, 15 mei 2026 (10:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Bij de aardbeving bij Geelbroek op 14 maart is veel onzekerheid over hoe schadeherstel en compensatie worden geregeld. Tot nu toe zijn 3.589 schademeldingen binnengekomen, waarvan 2.716 uit Assen. Bewoners en lokale bestuurders vragen om een soepelere, Groningerachtige regeling; staatssecretaris Jo-Annes de Bat heeft beloofd dat de afhandeling "snel en ruimhartig" zal verlopen, maar concrete regels ontbreken nog.

Michiel Tjepkema, hoogleraar bestuursrecht en deskundige op het terrein van overheidsaansprakelijkheid en mijnbouwschade, noemt de kwestie complex en vooral een politieke afweging: hoe ver wil de overheid gaan met coulance en waar trekt zij de grens? Volgens hem heeft de toegeeflijke aanpak in Groningen verwachtingen gewekt, waardoor andere regio’s vergelijkbare regelingen eisen. Dat leidt tot onvrede wanneer die grenzen letterlijk door woonwijken lopen: sommige straten vallen wel binnen het gebied van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en profiteren van ruimhartige regelingen, een paar straten verder kan dat juist niet.

Er bestaan nu verschillende benaderingen in Nederland. In Groningen geldt een relatief ruimhartig stelsel, met onder meer een praktijk waarbij tot schades van ongeveer €60.000 geen diepgaand causaal onderzoek plaatsvindt. In Limburg geldt sinds kort een aparte regeling voor schade door steenkoolwinning: de Staat betaalt en er wordt beoordeeld of de schade voldoende aannemelijk door de mijnbouw is veroorzaakt. De Commissie Mijnbouwschade handelt voor de rest van het land af, met een strengere werkwijze dan het IMG.

Tjepkema plaatst die opties op een schaal van streng naar ruimhartig: van strikte criteria via het Limburgse middenmodel tot het Groningse model aan de ruimhartige kant. Hij zegt dat idealiter één landelijke, eenduidige procedure zou moeten gelden, zodat de uitkomst niet afhangt van woonplaats. Tegelijkertijd vindt hij het onwenselijk het Groningse model zonder meer overal over te nemen — bijvoorbeeld omdat geen onderzoek doen tot vrij grote schadebedragen ook problematisch kan zijn.

Een concreet verschil in methodiek zit in de waardering van binnenschade: de Commissie Mijnbouwschade rekent bij een scheur alleen de beschadigde muur mee, terwijl het IMG naar de hele ruimte (bijvoorbeeld een woonkamer) kijkt, wat bij grote ruimtes leidt tot hogere herstelkosten; gemiddeld levert de IMG-aanpak volgens een pilot zo’n 25% hogere schadevergoeding op.

Als alternatief voor langdurig causaal onderzoek wijst Tjepkema op artikel 7 (de versnelde procedure), waarmee schade sneller en zonder uitgebreid deskundigenonderzoek kan worden afgehandeld. Die procedure kan echter slechts onder voorwaarden worden toegepast (grote aantallen gevallen in één gebied en instemming van de mijnbouwonderneming), of de voorwaarden moeten politiek worden aangepast — en wettelijk zo worden vormgegeven dat er geen eenzijdige uitzondering voor Noord-Drenthe ontstaat.

Wanneer precies duidelijkheid over de Geelbroek-afhandeling komt is nog onduidelijk; De Bat heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben. De situatie heeft wel discussie en druk gelegd op het landelijke schadebeleid en roept de vraag op of beleid aangepast moet worden om overal gelijkwaardiger en voorspelbaarder te werk te gaan.