Hoe nu verder in Iran na dood Khamenei? 'Regime zit stevig in het zadel'
In dit artikel:
Ayatollah Ali Khamenei, de bijna 37 jaar aan de macht zijnde opperste leider van Iran, is overleden na Israëlische en Amerikaanse luchtaanvallen op zijn woning in Teheran. De 86‑jarige kwam zaterdag om het leven; Iran bevestigde zijn dood in de nacht van zaterdag op zondag. Bij de aanvallen zouden ook defensieminister Amir Nasirzadeh en een hoge officier van de Revolutionaire Garde, Mohammad Pakpour, zijn omgekomen. De VS en Israël bombardeerden meerdere militaire doelen in Iran met het doel het land te beletten kernwapens te ontwikkelen; dat Khamenei zelf werd getroffen, toont volgens analisten dat men inzet op het onthoofden van het bestaande regime.
Ondanks het verlies van zijn persoon lijkt het regime voorlopig bestuurbaar te blijven. Khamenei had eerder bevoegdheden gedelegeerd en zelf bondgenoten op sleutelposities geplaatst, waardoor functies en besluitvorming kunnen doorlopen. De grondwet voorziet in een duidelijk opvolgingspad: een driekoppige raad — inmiddels gevormd door president Masoud Pezeshkian, opperrechter Gholam‑Hossein Mohseni‑Eje'i en Alireza Arafi van de Raad van Hoeders — neemt tijdelijk de taken van de opperste leider over en bepaalt onder meer wie aan een opvolgingsproces kan deelnemen. Daarna moet de Raad van Experts, bestaande uit 88 geestelijken, een nieuwe leider aanwijzen; timing daarvan is nog onduidelijk.
Experts zien meerdere mogelijke uitkomsten. Strategisch analist Damon Golriz stelt dat de dood van Khamenei het gezag van de geestelijkheid kan verzwakken en de positie van de militairen kan versterken. Dat opent naar zijn zeggen kansen voor de VS en Israël om in onderhandelingsverband afspraken te maken met gematigder of welwillende kringen binnen de Revolutionaire Garde — in ruil voor beëindiging van nucleaire ambities en steun aan regionale proxygroepen. Tegelijkertijd wijst Golriz op het sterke antiwesterse gedachtegoed in Iran; als de regering zich verenigt tegen externe druk, kan dat leiden tot een langdurige confrontatie waarvoor de VS weinig appetite heeft.
Zowel Gertjan Hoetjes als Golriz benadrukken dat geen van de scenario’s gunstig lijkt voor de Iraanse bevolking. Er leeft voorzichtig optimisme onder veel Iraniërs over minder onderdrukking en meer vrijheden, maar zonder buitenlandse grondtroepen en met zware repressie — recente grootschalige protesten werden hardhandig neergeslagen, met volgens berichtgeving duizenden doden — is een succesvolle opstand onwaarschijnlijk. Bovendien is Khamenei’s overlijden een risico voor de regio: hij had weliswaar de nucleaire infrastructuur gesteund maar stond kritisch tegenover het daadwerkelijk bouwen van een kernwapen; een nieuwe leider kan een ander beleid voeren.
Kortom: Khamenei’s dood verandert de machtsverhoudingen niet meteen, maar zet een proces in gang waarin rivaliteiten tussen geestelijkheid, militairen en hervormingsgezinden bepalend zullen zijn voor de toekomst van Iran — en waarin de mogelijkheden voor Amerikaanse en Israëlische invloed zowel bestaan als beperkt zijn door binnenlandse tegenkrachten.