Hoe Noord-Brabant zijn flora borgt
In dit artikel:
Een gezonde inheemse flora is essentieel voor veerkrachtige Nederlandse natuur, maar momenteel staat meer dan een derde van de wilde plantensoorten onder druk. Genetische diversiteit — vooral vastgelegd in zaden — bepaalt hoe goed populaties kunnen reageren op ziekten, klimaatverandering en verstoringen; kleine, geïsoleerde populaties verliezen deze variatie snel, met risico’s op inteeltdepressie en lokaal uitsterven.
Sinds 2018 werkt Stichting Het Levend Archief met universiteiten, onderzoeksinstituten, botanische tuinen, zadenkwekers en natuurorganisaties aan een Nationale zadencollectie: een ex situ-‘back-up’ van het genetisch materiaal van inheemse planten. Zaden worden duurzaam ingevroren bij het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) in Wageningen (–20 °C) voor langdurige conservering, terwijl een werkcollectie onder gekoelde omstandigheden (4 °C) bij RIBES van de Radboud Universiteit in Nijmegen beschikbaar is voor onderzoek, kiemproeven en praktisch natuurherstel. Onder strikte voorwaarden kunnen deze zaden worden ingezet om verzwakte populaties te versterken, soorten te herintroduceren of schade na calamiteiten te herstellen.
Het project Borging Botanisch Erfgoed in Noord‑Brabant, gestart in 2021 door FLORON en Wageningen Environmental Research met partners van Het Levend Archief, richtte zich op de Brabantse flora die kenmerkend is voor blauwgraslanden, schrale zandgronden, heiden, hooi‑ en vennenlandschappen. In dat project zijn zaden van 158 soorten verzameld, waarmee ruim 360 nieuwe populaties aan de Nationale zadencollectie zijn toegevoegd. In totaal zijn nu zaden van ruim zeshonderd soorten in de collectie opgeslagen. Van de verzamelde soorten heeft meer dan honderd een Rode Lijststatus; ruim 120 soorten zijn zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Veel van de geborgde soorten worden bedreigd door verdroging, stikstofdepositie, eutrofiëring en intensief landgebruik. Het veldwerk leverde ook opmerkelijke herontdekkingen op: Kruismuur (Moenchia erecta), decennialang niet waargenomen, bleek opnieuw voor te komen in Noord‑Brabant en is meteen genetisch veiliggesteld; ook Vroege zegge (Carex praecox) en Stippelzegge (Carex punctata) werden herbevestigd en geborgd, deels na herstelmaatregelen in groeiplaatsen.
Zaadverzameling levert naast materiaal ook gedetailleerde ecologische data op—informatie over populatiegrootte, standplaats en begeleidende soorten—waardoor Het Levend Archief ook als kennisbron voor herstel en beheer fungeert. Praktische observaties leidden al tot beheerafspraken, bijvoorbeeld aangepast maaibeleid om zaadzetting van laatbloeiende soorten te sparen.
Ex situ‑borging is geen vervanging voor in situ‑bescherming: het is een noodzakelijke verzekering zolang habitats en populaties structureel onder druk staan. Omdat zaadwinning tijdsgevoelig en weersafhankelijk is, zijn herhaalde inzamelingen en doorlopende investeringen nodig om de genetische variatie voldoende te dekken. Het project benadrukt daarom voortgezet verzamelen en samenwerking met terreinbeheerders en vrijwilligers; de provincie Noord‑Brabant leverde financiële steun.