Hoe NGO's hun greep versterken binnen (en dankzij) de EU

donderdag, 6 augustus 2026 (08:15) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

De Europese Unie ziet Moldavië als een van de kansrijkste kandidaten voor toekomstig EU-lidmaatschap. De toetredingsonderhandelingen zijn begonnen en Brussel en de Moldavische president Maia Sandu hopen het proces rond 2029 af te ronden. Europarlementariër Auke Zijlstra (PVV) betwijfelt echter of die snelheid en aanpak verantwoord zijn.

Volgens Zijlstra is Moldavië politiek en economisch nog kwetsbaar. Het arme land ontvangt inmiddels meer dan 1,2 miljard euro aan Europese steun. Die hulp moet de economie, infrastructuur en overheidsfinanciën versterken, maar volgens de auteur is onvoldoende duidelijk hoe het geld wordt besteed en hoe streng daarop wordt gecontroleerd. Hij wijst daarbij op de nauwe samenwerking tussen Sandu, haar pro-Europese partij PAS, de Europese Volkspartij en de Roemeense Europarlementariër Siegfried Mureșan, die zich sterk inzet voor financiële steun aan Moldavië.

Ook de binnenlandse politieke situatie roept volgens Zijlstra vragen op. PAS won de parlementsverkiezingen van september 2025 met slechts 50,03 procent van de stemmen, mede dankzij Moldaviërs in het buitenland. De auteur noemt de verkiezingen niet volledig transparant, omdat inwoners van de separatistische regio Transnistrië niet konden stemmen en Moldaviërs in Rusland slechts beperkt toegang tot stembureaus hadden. In Italië waren daarentegen veel meer stemlocaties beschikbaar.

Een extra complicatie voor het EU-lidmaatschap is Transnistrië, een afgescheiden gebied waar de Moldavische regering geen controle heeft. Zijlstra vergelijkt dit probleem met de territoriale kwesties rond Oekraïne en Cyprus. Daarnaast bestaat in Roemenië en Moldavië discussie over een mogelijke hereniging, wat volgens hem de vraag oproept hoe Moldavië zijn soevereiniteit en toekomstige EU-lidmaatschap precies ziet.

De Europese Commissie publiceert per kandidaat-land een overzicht van projecten en hervormingen. Zijlstra erkent dat sommige daarvan nuttig kunnen zijn, zoals betere controle op overheidsfinanciën en steun voor gehandicapten en kansarme kinderen. Hij zet echter vraagtekens bij projecten die zich richten op gendergelijkheid, een ‘groene transitie’, media, jongerenvoorlichting en het versterken van maatschappelijke organisaties.

Volgens de Europarlementariër gaat het daarbij niet alleen om praktische hulp, maar ook om het opbouwen van een netwerk van door Brussel gefinancierde ngo’s, denktanks en lobbyorganisaties. Die zouden invloed krijgen op beleid, verkiezingen en wetgeving zonder rechtstreeks democratisch mandaat. Hij vreest bovendien dat Europese steun vooral pro-Europese en progressieve organisaties bevoordeelt en dat de Moldavische regering daardoor minder ruimte houdt om zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Zijlstra noemt als voorbeeld een door de EU gesponsord mediaforum in Chisinau waar een onafhankelijke Moldavische journalist niet werd toegelaten, terwijl de organisatie sprak over een gebrek aan zitplaatsen en er volgens hem een foto van een halflege zaal bestond. Dat versterkt zijn twijfel over de onafhankelijkheid van de media en de controle op Europese programma’s.

De auteur benadrukt dat hij Moldavië en zijn inwoners het beste gunt, maar concludeert dat in het huidige toetredingsproces vooral de band tussen Brussel en bevriende ngo’s en netwerken wordt versterkt. Volgens hem verdient niet alleen de voortgang van de onderhandelingen, maar vooral de besteding van Europees geld en de democratische kwaliteit van de hervormingen veel grondiger onderzoek.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie