Hoe New York zijn bodega's viert én beschermt - en waarom Amsterdam zijn toko's behandelt als decor

maandag, 1 juni 2026 (17:02) - Het Parool

In dit artikel:

Bodega’s — de 24/7 buurtwinkels die zo sterk met New York worden geassocieerd — zijn meer dan gemakszaken: het zijn ontmoetingsplekken, sociale netwerken en culturele iconen. In 2022 telde New York ongeveer 7.300 van deze doorveelal immigranten gerunde winkeltjes. Ze verschenen in boeken, documentaires en hiphopcultuur, politieke campagnepraatjes en zelfs in wetsvoorstellen (zoals discussies over het toelaten van bodegakatten). Historisch ontstaan uit Joodse en Italiaanse delicatessen, groeiden de winkels via Puerto Ricaanse eigenaren uit tot een breder Latijns-Amerikaans fenomeen; later namen Dominicanen, Chinezen, Koreanen, Venezuelanen, Mexicanen en de afgelopen jaren veel Jemenieten het stokje over.

Hun populariteit komt voort uit praktische en sociale functies: snelle broodjes en boodschappen, betaalbare prijzen, kennis van vaste klanten en zelfs ‘store credit’ voor wie krap zit. In wijken waar grote supermarktketens zich terugtrekken, vullen bodega’s een noodzakelijke lacune. Tegelijkertijd lopen ze risico’s: hogere criminaliteit in arme buurten en financiële kwetsbaarheid tegenover stijgende huren. Eigenaren verenigden zich in 2018 om samen veiligheid en belangen te behartigen.

In Nederland bestaat ook een rijk pallet aan kleine buurtzaken — toko’s, Poolse slijterijen, Hindostaanse bloemisten, Marokkaanse slagers — maar de waardering en beleidsruimte daarvoor verschillen. Volgens socioloog Jan Rath is er in Amerika een bredere culturele waardering voor kleinschalig, lokaal ondernemerschap; Nederlandse gemeenten richten zich vaak op maakbare ‘kwaliteit’ van winkelstraten en hebben weinig geduld voor etnisch geconcentreerde handelsgebieden. Zaken met een rommelige etalage of een specifiek klantenbestand passen minder in het gewenste straatbeeld dan koffiebars of bekende ketens. Dat leidt tot sturing, verdringing en een aanpak die integratie vooral ziet als aanpassing van nieuwkomers.

Onderzoek naar de transformatie van de Javastraat laat zien dat nieuwkomers de diversiteit esthetisch waarderen maar hun dagelijkse boodschappen meestal elders doen — de diversiteit fungeert als decor, niet als volwaardige deelname aan de lokale economie. Nana Asare van Connecting Flavors pleit ervoor toko’s meer te vieren: sommige Amsterdamse toko’s combineren boodschappen met afhaaleten en buurtvibes (bijv. Toko Man Li Ho, Toko Otie, Amarjeet Singh) en zouden meer erkenning verdienen.

Kortom: New York omarmt zijn bodega’s als sociale en culturele instituten die immigratie zichtbaar en herkenbaar maken; in Amsterdam zijn vergelijkbare winkeltjes aanwezig maar krijgen ze minder publieke en beleidsmatige liefde, deels vanwege andere opvattingen over integratie en stedelijke kwaliteit.