Hoe landelijk afgedwongen samenwerking tussen Zeeuwse ziekenhuizen compleet escaleerde

zaterdag, 7 februari 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

In Zeeuws-Vlaanderen is een conflict over de toekomst van ziekenhuiszorg geëscaleerd nadat landelijk beleid om complexe operaties te concentreren ziekenhuizen dwong nauwer samen te werken. Het kleine ziekenhuis ZorgSaam in Terneuzen – het meest zuidelijke, relatief afgelegen ziekenhuis van Nederland – raakt hierdoor in een keiharde strijd verwikkeld met het grotere Admiraal De Ruyter-ziekenhuis (ADRZ) in Goes, zijn medisch personeel, lokale politici en zorgverzekeraar CZ.

Wat speelt: landelijke minimumeisen voor complexe operaties en het idee dat alleen gezamenlijke aantallen patiënten die zorg veilig kunnen garanderen, leidden tot een voorstel om de zorg tussen Goes en Terneuzen te herverdelen. In dat scenario zou Goes de grootste rol blijven houden met onder meer het traumacentrum en de grote IC; Terneuzen zou een kleinere IC-faciliteit en een verkleinde spoedeisende hulp overhouden. De voorgestelde plannen kregen een strikte deadline (1 januari 2026), wat de urgentie en druk verhoogde.

Waarom dit zo beladen werd: Zeeuws-Vlaanderen is dunbevolkt en slecht bereikbaar zonder auto; voor spoedeisende hulp en acute zorg is een dicht bij huis gelegen ziekenhuis cruciaal. Artsen en inwoners vrezen dat het opschuiven van complexe ingrepen naar Goes een kettingreactie veroorzaakt: operaties trekken op termijn specialisten en verpleegkundigen naar Goes, waardoor ZorgSaam langzaam leegloopt en de regio in praktijk minder of geen acute zorg meer heeft. De komst van een dure operatierobot naar Goes symboliseerde die angst: als die apparatuur daar staat, zullen steeds meer operaties naar Goes gaan, zo is de zorgverleners’ vrees.

Belangrijke gebeurtenissen en escalatie: de situatie verslechterde vanaf september 2023 (toenemende wrijving tussen bestuur en specialisten) en liep vast na een teamsvergadering op 17 december 2024, waarin artsen van ZorgSaam via beeldscherm hoorden over een uitgewerkt samenwerkingsscenario. Dat maakte veel specialisten boos; zij beschouwden de medezeggenschap en de manier van communiceren als onzorgvuldig. In de zomer van 2024 was de afdeling acute neurologie tijdelijk gesloten en vertrokken meerdere oogartsen, wat de kwetsbaarheid van het ziekenhuis al zichtbaar maakte.

Begin 2025 verhardde de oppositie: medisch specialisten weigerden verder te onderhandelen over elementen die zij als essentieel beschouwden (volledige IC, geboortezorg, uitgebreide spoedeisende hulp en het dottercentrum). Interne verhoudingen sloegen om: er ontstond een hechte alliantie binnen de medisch staf die achter de schermen druk uitoefende, er gingen beschuldigingen rond over achterkamertjes en er waren persoonlijke spanningen (sommigen spraken later over traumatische ervaringen). In maart 2025 stapte het bestuur van de medische staf op; ook een lid van de Raad van Toezicht vertrok uit onvrede over de strategische koers.

Rol van politiek en verzekeraar: lokale politici en bewoners mobiliseerden zich – onder meer met handtekeningenacties – tegen het verlies van volwaardige ziekenhuiszorg. De zaak belandde op hoofdlijnen in de Tweede Kamer, waar Kamerleden wezen op eerdere, pijnlijke concentraties van zorg (zoals Zuyderland). De toenmalige minister zei echter dat landelijke politiek niet over individuele ziekenhuisaanbod beslist, al werden er gesprekken gevoerd. CZ, als grootste regionale verzekeraar met wettelijke taak om het zorgaanbod te borgen, voerde in 2025 intensieve onderhandelingen met beide ziekenhuizen en kondigde in september een gezamenlijke afspraak aan over samenwerking; dat werd door bestuurders en sommige regionale bestuurders positief ontvangen, maar in Terneuzen leidde het juist tot onrust en wantrouwen.

Concrete knelpunten: onduidelijkheid over financiële consequenties voor specialisten (sommigen in Terneuzen verdienen boven gemiddeld en vrezen inkomensverlies), onvrede over besluitvormingsprocessen (gevoel dat medisch professionals onvoldoende zijn betrokken), en praktische gevolgen als ambulances patiënten naar België zouden moeten brengen bij beperkte lokale acute capaciteit. Bovendien blokkeerden bepaalde specialisten praktische samenwerking: neurologen keren niet terug, cardiologen weigeren routinematig door te verwijzen naar Goes, enzovoort.

Huidige stand van zaken en impact: eind 2025 ligt de samenwerking nog niet goed verankerd; in Goes zijn bestuur, medici en patiënten positief onder voorwaarden, maar in Terneuzen vinden adviesraden, maatschappen en cliëntenraad het plan onvolledig uitgewerkt. Bestuurders beloofden nadere verkenningen en impactanalyses, en de operatierobot was nog niet definitief geplaatst. Wat wel duidelijk is: het proces heeft veel vertrouwen geschaad. Artsen zeggen dat wat aan samenwerking en collegialiteit opgebouwd was, grotendeels is weggeëbd. Voor Zeeuws-Vlaanderen blijft onzeker of de regio op korte en middellange termijn haar volledige acute ziekenhuiszorg kan behouden.

Contextueel beeld: de casus past in een breder landelijk patroon waarbij concentratie van complexe zorg enerzijds kwaliteit en efficiëntie moet bevorderen, maar anderzijds lokaal toegankelijkheid en draagvlak onder zorgverleners en burgers onder druk zet. In Terneuzen blijkt dat de manier van communiceren en besluitvorming minstens zo belangrijk is als de inhoud van de plannen; zonder hersteld vertrouwen blijft samenwerking kwetsbaar.