Hoe konden er planten groeien in de duisternis van Antarctica?

vrijdag, 7 augustus 2026 (13:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

Antarctica lag ook tijdens het Krijt ongeveer rond de huidige poolpositie. Toch kende het continent in warme perioden, waaronder het midden-Krijtmaximum, gebieden zonder permanent ijs. Daar konden coniferen, varens en bloeiende struiken groeien. Bewijzen daarvoor komen onder meer uit fossiel stuifmeel, al is daarmee niet altijd precies vast te stellen waar de planten stonden. Sommige delen van Antarctica lagen bovendien tijdelijk wat noordelijker.

Ongeveer 90 miljoen jaar geleden groeide er zelfs regenwoud, ondanks een poolnacht die jaarlijks circa vier maanden duurde. Volgens botanicus Theo Elzenga zijn voor plantengroei vooral licht, water en temperatuur bepalend. Licht is daarbij vaak de grootste beperking. Planten konden tijdens de lange, heldere zomers groeien en hun reserves aanvullen, waarna hun stofwisseling in de donkere periode sterk vertraagde.

Paleontoloog Rob van den Berg vermoedt dat Antarctische planten zich net als hedendaagse poolplanten aan de omstandigheden aanpasten. Ze konden bijvoorbeeld een natuurlijke bescherming tegen bevriezing ontwikkelen en de winter als het ware in rust doorbrengen. Hoe de vegetatie er precies uitzag, blijft onzeker. Planten kunnen in koude gebieden opvallend klein blijven of horizontaal groeien, zoals bomen op Spitsbergen laten zien. De vroegere Antarctische natuur hoeft daarom niet overal op een modern regenwoud te hebben geleken, ook al was het klimaat er tijdelijk warm genoeg voor uitbundige plantengroei.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Carrie ten Napel stevig aan de tand gevoeld door Raymond Mens: 'Hou op, schei uit!'