Hoe komen katten telkens op hun pootjes terecht? "Het geheim zit in de ruggengraat"

dinsdag, 24 maart 2026 (12:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Biomechanisch onderzoek aan de Yamaguchi‑universiteit legt uit hoe katten tijdens een val vrijwel altijd op hun pootjes terechtkomen. De onderzoekers lieten levende katten van ongeveer één meter op een zacht kussen vallen (120 beelden per seconde) en draaiden bij vijf overleden dieren de ruggengraat tot breuk om de mechanica te onderzoeken. Bioloog Dirk Draulans noemt het resultaat baanbrekend: "Met dit onderzoek is een groot mysterie in de dierenwereld eindelijk opgelost."

De sleutel ligt in de ruggengraat: het borstgedeelte is uitzonderlijk soepel en kan tot zo’n 47 graden draaien zonder weerstand, terwijl het achterste deel veel stijver en ongeveer twee keer zo zwaar is. Daardoor kan een kat eerst haar voorlichaam draaien terwijl het zware achterlijf als anker fungeert. Dat korte verschil in rotatie — slechts 70–90 milliseconden zichtbaar op de hogesnelheidbeelden — gecombineerd met het intrekken van de voorpoten en het uitstrekken van de achterpoten, creëert een draaiing zonder in te gaan tegen de klassieke behoudswetten van de fysica.

Het antwoord lost een eeuwenoud raadsel op: al sinds de 18e eeuw probeerden wetenschappers (van Newton en Maxwell tot Étienne‑Jules Marey in 1894) te verklaren hoe katten zichzelf kunnen omdraaien zonder externe kracht. Tegelijkertijd opent de studie een nieuw mysterie: vallende katten draaien opvallend vaak naar rechts, en de oorzaak van die voorkeur is nog onbekend. Mogelijke vervolgvragen betreffen zenuw‑ of spierzijdigheid (lateralisatie) bij katten, maar daar is nader onderzoek voor nodig. Kortom: de mechanische verklaring is nu helder, maar er blijven interessante biologische openingen over.