Hoe Johnny Jordaan na treurige omzwervingen weer eindigde in Amsterdam, met uitzicht op zijn geliefde Westertoren
In dit artikel:
Johnny Jordaan, geboren als Johannes Hendricus van Musscher in 1924 in de Jordaan, groeide uit tot een van de bekendste Amsterdamse volkszangers. Zijn doorbraak kwam in 1955, toen platenmaatschappij His Master’s Voice een talentenjacht organiseerde voor zangers uit de Jordaan. Van de 104 deelnemers won hij met **De parel van de Jordaan**; het nummer werd een grote hit en zette hem definitief op de kaart. Ook **Tante Leen** eindigde hoog in die wedstrijd en werd samen met hem hét gezicht van het Jordaanlied.
Daarna volgde een onrustig leven buiten Amsterdam. In de jaren zestig raakte Van Musscher financieel in de problemen door slecht zakelijk beheer en moest hij meerdere horecazaken opgeven, eerst in Rotterdam en later in Antwerpen. Volgens zijn biograaf en betrokkenen had hij het daar zwaar; zijn heimwee naar de Jordaan speelde hem duidelijk parten. Uiteindelijk hielp Tante Leen opnieuw ingrijpen, waarna zijn platenmaatschappij zijn schulden afhandelde en hem terugbracht naar Amsterdam.
Een nieuw lied van Harry de Groot, **’n Pikketanussie**, gaf zijn carrière weer lucht. Zijn omzwervingen eindigden in een woning aan het Frederik Hendrikplantsoen, vlak bij de Jordaan, waar hij uitkeek op de Westertoren en weer dichter bij zijn vertrouwde buurt kwam te wonen.
De Oranjezomer: Victor Vlam over onrust bij Ter Apel: 'Zet veiligelanders terug naar hun land van herkomst!'