Hoe je tomaten kunt kweken zonder de bijbehorende plant

donderdag, 1 januari 2026 (10:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Zeven jaar geleden raakte Lucas van der Zee (34), toen nog masterstudent biosystems engineering in Wageningen, gefascineerd door de vraag of je vruchten zonder plant kunt laten ontstaan — hetzelfde idee dat kweekvlees mogelijk maakt, maar dan voor tomaten. Wat begon als een klein labexperiment groeide uit tot een promotieonderzoek; Van der Zee is nu derdejaars promovendus en publiceerde onlangs met collega’s een opiniestuk over zijn methode om tomaten in het laboratorium te kweken. Het doel is niet astronautenvoeding (zoals NASA in de jaren negentig experimenteerde), maar een klimaatresistente en efficiëntere manier van voedselproductie die landbouwgrond kan ontlasten.

Het concept werkt in vier stappen: eerst een scheutje uit zaad of stamcellen genereren dat meteen een bloem vormt, vervolgens die bloem bestuiven en tenslotte de vrucht laten doorgroeien. In het Wageningse lab zijn kleine schoteltjes met doorzichtige gel gevuld met tientallen bloemen die rechtop staan; sommige zijn al vruchtbeginsels geworden. De eerste twee stappen—het maken van het scheutje en het laten bloeien—vinden in samenwerking met de Universiteit Utrecht plaats, zodat alle fases parallel bestudeerd worden. Van der Zee richt zich op de bestuiving en het laten doorgroeien van vruchten tot een commerciële maat.

Er zijn nog flinke technische uitdagingen. De labvruchten blijven kleiner en groeien trager dan aan een normale plant: de groeisnelheid is wel verbeterd ten opzichte van het begin van zijn promotie, maar nog niet gelijk. Om bloemen vroeg te laten vormen schakelden de onderzoekers een gen aan dat een eiwit produceert dat bloei stimuleert. Omdat die genetische ingreep te complex en ontoegankelijk kan zijn voor veel producenten, ontwikkelde Van der Zee een alternatief: het eiwit direct toedienen, zodat genetische modificatie niet nodig is en het effect tijdelijk is. Daarnaast werkt hij aan minder strikt steriele procedures en zal hij de smaak- en samenstellingsanalyse van de gekweekte vruchten uitvoeren om kwaliteit te beoordelen.

De grootste onzekerheid is duurzaamheid. In het lab ontbreken bladeren en zonlicht, dus krijgen de mini-plantjes suiker als voedingsbron. Als die suiker uit conventionele bronnen zoals bieten of riet komt, verdwijnt een groot deel van de milieuvoordelen. Een veelbelovende maar nog experimentele route is kunstmatige fotosynthese: suiker maken uit CO2 en elektriciteit. Onderzoekers in Californië werken daaraan; als dat op grote schaal mogelijk wordt, kan het niet alleen labvoeding leveren maar ook grondstoffen voor bioplastics en medicijnen.

Van der Zee merkt groeiende belangstelling: collega-onderzoekers willen repliceren, investeerders kloppen aan en er is start-up-interesse. Hoe snel lab-vruchten in de winkel liggen, hangt af van zowel technische doorbraken als brede wetenschappelijke inzet; bij een brede aanpak noemt hij tien jaar als een realistische termijn, zonder die samenwerking kan het twee decennia of langer duren — of mogelijk nooit commercieel slagen. De belofte is tweeledig: minder druk op landbouwgrond en een extra buffer tegen klimaatgerelateerde misoogsten, maar de praktische toepasbaarheid en milieuvoordelen moeten eerst hard worden aangetoond.