Hoe ingewikkeld systeem van Wmo-vervoer individuele reiziger treft
In dit artikel:
In drie op de vijf Nederlandse gemeenten voldoet het Wmo-vervoer niet aan de eigen kwaliteitsnormen, blijkt uit onderzoek van het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad. Dat is zorgelijk, omdat dit vervoer voor veel ouderen en mensen met een beperking geen luxe is maar een noodzakelijke voorziening om bijvoorbeeld naar familie, het ziekenhuis of de kerk te gaan.
Het artikel volgt het voorbeeld van de fictieve Ria, die afhankelijk is van de regiotaxi en te maken krijgt met lange wachttijden en onzekerheid. Gemeenten zijn sinds de ratificatie van het VN-verdrag handicap verantwoordelijk voor dit vervoer en mogen zelf eisen stellen, zoals stiptheidsnormen, kilometerbudgetten en ritgrenzen. Daardoor lopen de regels sterk uiteen: sommige gemeenten hanteren strenge normen, andere juist veel lagere of helemaal geen. In de praktijk leidt dat vaak tot klachten, vertragingen en gemiste afspraken.
Volgens deskundigen spelen meerdere oorzaken mee. Gemeenten besteden het vervoer aan via aanbestedingen, waarbij prijs vaak doorslaggevend is en vervoerders soms te goedkoop inschrijven. Dat zorgt voor krappe marges, weinig ruimte voor tegenslagen en problemen bij de opstart van nieuwe contracten. Daarbovenop kampt de sector met personeelstekorten, ziekteverzuim en een groeiende vraag door de vergrijzing.
Als mogelijke oplossingen worden nieuwe modellen genoemd, zoals samenwerking tussen gemeenten, centraal contractbeheer of een Open House-systeem waarin reizigers meer keuzevrijheid krijgen. Tegelijk waarschuwen betrokkenen dat ook die alternatieven niet zonder risico’s zijn. De kern van het probleem blijft dat de vraag naar betrouwbaar doelgroepenvervoer snel stijgt, terwijl de uitvoering onder druk staat.
Vandaag Inside Oranje: Tina Nijkamp écht jarig In de Wandelgangen: 'Van harte gefeliciteerd!'