Hoe het mohammedaanse schapenmassaker werd opgepimpt tot een spiritueel veganistenfeestje
In dit artikel:
Arthur van Amerongen levert in deze column een felle en satirische aanval op het islamitische Offerfeest (Eid al‑Adha) en vooral op de manier waarop Nederlandse media, politici en sommige opiniemakers het jaarlijks terugkerende ritueel presenteren. Hij begint met de stelling dat wereldwijd jaarlijks naar schatting zo’n 50 miljoen dieren — schapen, geiten, runderen en kamelen — worden geslacht tijdens het feest en noemt die praktijk overdreven en moreel verwerpelijk. Van Amerongen hekelt vervolgens wat hij ziet als blijvende mediapropaganda die het offeren romantiseert: kranten en journaals brengen volgens hem elk jaar weer berichten die benadrukken dat het feest vooral spirituele verbondenheid en compassie betekent, terwijl hij het als een massale slachtpartij ervaart.
In zijn kritiek noemt hij concrete voorbeelden uit het Nederlandse publieke debat. Hij wijst op felicitaties van Amsterdamse burgemeester Femke Halsema aan moslims, en verwijst naar artikelen in Trouw en het AD die het feest uitleggen als een periode van soberheid en delen. Ook burgemeester Achmed Marcouch van Arnhem komt voorbij, die in een opiniebijdrage pleit voor zorgvuldigheid en respect voor dieren binnen de islamitische traditie. Van Amerongen ziet dergelijke woorden als tegenstrijdig en onvoldoende: de rituele slacht blijft voor hem onaanvaardbaar.
De columnist belicht daarnaast de tegenstellingen binnen het publieke discours: links‑woke veganisme dat moslimminderheden wil ontzien, religieuze leiders die de spirituele kant van het feest benadrukken, en critici die juist dierenwelzijn boven religieuze uitzonderingen stellen. Reacties onder stukken op De Joop illustreren volgens hem de polarisatie: van pleidooien om religieuze rituelen privé te houden tot oproepen om onverdoofd slachten te verbieden omdat dat niet meer van deze tijd zou zijn. Van Amerongen haalt ook een kritische noot aan van Eva De Vor (Reporters Online), die benadrukt dat compassie met religieuze minderheden niet ten koste mag gaan van compassie met dieren en pleit voor het beëindigen van uitzonderingen op dierenwelzijnswetgeving.
Praktische kanten van de kwestie passeren de revue: de NVWA wordt genoemd als autoriteit die regels en controles voor slacht tijdens het Offerfeest publiceert en handhaaft, en er wordt gewezen op lopende discussies over het toestaan van onverdoofd ritueel slachten binnen Nederland. Van Amerongen gebruikt persoonlijke anekdotes en provocerende formuleringen — bijvoorbeeld opmerkingen over angst voor honden in bepaalde culturen en een verwijzing naar zijn eerdere oproep in de Volkskrant om islamitische feestdagen af te schaffen — om zijn verontwaardiging kracht bij te zetten. Hij refereert ook aan een oude ruzie met Tom Lanoye over beschouwingen over de islam en de katholieke kerk, waarmee hij zijn polemische stijl onderstreept.
Kort samengevat: de column is een fel, ironisch betoog tegen het rituele slachten tijdens het Offerfeest en tegen wat de auteur ziet als een vergoelijkende of spirituele inkadering van die praktijk door media en politici. Van Amerongen pleit impliciet voor meer aandacht voor dierenwelzijn en voor het terugdringen van religieuze uitzonderingen die volgens hem het pijnigen van dieren mogelijk maken. De toon is scherp en controversieel; de tekst mengt journalistieke voorbeelden, beleidsverwijzingen en persoonlijke anekdotes om het publieke debat rond religieuze rituelen en dierenrechten aan de kaak te stellen.