Hoe hard treft de oorlog in het Midden-Oosten Irans bondgenoten Rusland en China?
In dit artikel:
Afgelopen weekend werd ayatollah Ali Khamenei bij een luchtaanval gedood; zijn zoon Mojtaba nam direct het leiderschap over. De aanval —toegeschreven aan een Amerikaans-Israëlische coalitie in berichten van onder meer The Washington Post en AP— heeft niet alleen de Golfregio ontwricht, maar levert op korte termijn ook geopolitieke en economische voordelen op voor Rusland en ceretain voordelen (maar vooral dilemmas) voor China.
Rusland zit opvallend behoudend in het conflict. President Vladimir Poetin stuurde een condoleance naar Iran en veroordeelde de aanslag, maar Moskou benoemde de VS of Israël niet expliciet als dader en vermijdt militaire steun. Dat is deels gedwongen: Rusland is uitgeput door de oorlog in Oekraïne en heeft beperkte economische slagkracht. Toch plukt het Kremlin stilzwijgend winst: hogere olieprijzen en extra afzet naar Azië vullen de staatskas juist nu energie-inkomsten cruciaal zijn voor het begrotingsplekken — Oeralolie noteerde boven de 100 dollar per vat, ruim boven het bedrag dat Moskou nodig heeft om de begroting sluitend te krijgen. Bovendien heeft de Amerikaanse regering tijdelijk sanctieverlichting gegeven aan inkopers als India, wat Russische exporten verder bevordert.
Op militair vlak werkt de crisis in het Midden-Oosten ook in Russisch voordeel. Door het intensere gebruik van Amerikaanse Patriot-onderscheppingsraketten tegen Iraanse ballistische raketten en drones verschuift schaarse luchtafweercapaciteit weg van Oekraïne. De VS verbruiken honderden interceptoren in korte tijd, terwijl de productiecapaciteit beperkt blijft. Oekraïne probeert daarop in te spelen door aan te bieden Gulfstaten te helpen tegen Iraanse drones in ruil voor luchtverdediging en technologie; of dat voldoende oplevert voor Kyiv is onzeker. Rusland zelf is minder afhankelijk van Iraanse Shahed-drones dan in het eerste oorlogjaar: binnenlandse productie van Gerandrones draait op volle toeren en vervangt de Iran-leveringen grotendeels.
China veroordeelt de aanvallen en pleit voor een snelle, vreedzame oplossing, maar ziet Iran als partner — en vooral als belangrijke energieleverancier — niet als veiligheidsbondgenoot die het militaire bijstand zou hoeven te verlenen. Ongeveer de helft van China’s olie-import en een groot deel van het gas lopen via de Straat van Hormuz, waardoor Peking belang heeft bij de opheffing van de blokkade. Tegelijkertijd is Iran economisch veel afhankelijker van China dan vice versa, wat Peking ruimte geeft om afstand te houden. China kondigt bemiddeling en een speciale gezant aan, maar mijdt openlijke militaire inmenging en wordt daardoor geconfronteerd met vragen van andere verbonden landen over of Peking wel garant wil staan voor hun veiligheid.
Voor Poetin betekent de afleiding van de VS door Iran kortstondig strategische ademruimte: meer energie-inkomsten, verminderde westerse aandacht voor Oekraïne en minder druk om serieus in te zetten op diplomatie. Tegelijkertijd zit er een groot strategisch risico in deze ontwikkeling: mocht Iran op termijn een pro-westerse koers aannemen, verliest Rusland een van zijn laatst overgebleven bondgenoten in het Midden-Oosten en daarmee invloed in de regio. Voor China geldt dat de economische schok van een langdurige blokkade reëel is; zoektochten naar alternatieve energiebronnen (waaronder Rusland) worden daardoor urgenter.